Dier in nood? Bel ons op: 0182-529059

Handleiding

Handleiding

Centralist en wagenbemanning Mobilofoon wagen Mobilofoon centrale Kassa Vangkooi Centralist en wagenbemanning

Hier een aantal wetenswaardigheden als handvat voor de wijze van handelen aan de telefoon en op de wagen voor alle medewerkers van het Centrum voor Dierenhulpverlening, door ons kortweg CvD genoemd.

De telefoon wordt altijd aangenomen met:
“Goedemorgen/-middag/-avond/-nacht”
“Centrum voor Dierenhulpverlening, met (naam)”
“Waarmee kunnen wij u van dienst zijn?”

Voor alle zieke of gewonde dieren wordt gereden!

Van alle meldingen moet alles genoteerd worden:

  • Naam melder
  • Adres waar we heen moeten
  • Plaats (gemeente)
  • ALTIJD het telefoonnummer

 

Katten

Gewonde en/of zieke katten worden altijd direct opgehaald.

Als er een aanvraag komt voor assistentie bij een zieke kat, moet altijd gevraagd worden waarom men denkt dat de kat ziek is. Nadat de gegevens zijn genoteerd kan de ambulance gaan rijden. Is het bij de eigenaar thuis, vragen welke dierenarts en of deze al is gewaarschuwd.

Gaat de melding over een kat die hoog in een boom zit, dan dient gevraagd te worden hoe lang de kat er al zit. De betreffende kat dient altijd één nacht de kans te krijgen om er zelf uit te komen. ’s Nachts is het rustig op straat en meestal komt de kat dan uit de boom. Mocht de kat er na die nacht nog zitten, dan kan de auto een kijkje gaan nemen en indien nodig de brandweer laten komen. De wagen blijft altijd op de brandweer wachten, behalve als het heel druk is.

Zwerfkatten

Bij meldingen van zieke of gewonde zwerfkatten wordt uiteraard direct gereden. Is de kat niet gewond of ziek dan doorverwijzen naar Dierenopvangcentrum Gouda (voorheen DTMH). Zij beoordelen of het dier opgehaald moet worden of dat de melding doorgegeven wordt aan de Werkgroep Zwerfkat.

Betreft het kittens van 10 weken of jonger: doorverwijzen naar Werkgroep Zwerfkat (WZG). Indien het nodig was de kittens rechtstreeks op te halen, alsnog melden bij Werkgroep Zwerfkat.

Katten uit de gemeenten Ouderkerk en Nederlek moeten naar de opvang in Krimpen a/d Lek. Adres: De Noord 102, 2921 AJ, Krimpen a/d IJssel. Telefoon: 088 – 343 71 23

Dode katten

Dode katten waarvan de eigenaar niet bekend is moeten worden opgehaald en de gegevens van deze katten worden doorgegeven aan Amivedi en de Dierencentrale. Deze gegevens kunnen worden doorgemaild (Amivedi) of gebeld (Dierencentrale). Doorgegeven wordt:

  • Ritnummer
  • Datum
  • Vindplaats
  • Beschrijving van de kat indien mogelijk


Als de eigenaar bekend is, moet worden gevraagd wat er met de kat moet gebeuren (cremeren, begraven of destructie). Is de eigenaar bekend maar niet thuis, dan moet er een ingevuld formuliertje (zie blauwe map) met daarop het ritnummer in zijn/haar brievenbus worden gedaan. De kosten voor crematie zijn te vinden op het crematieformulier van HHC/SHCN, die voor een begrafenis op het formulier van Zevenhoven. Verdere informatie over evt. begrafenis kan door de eigenaar zelf (telefonisch) bij de dierenbegraafplaats Zevenhoven worden ingewonnen. De kosten voor destructie bedragen €5,25 voor een dier tot 5kg en €10,25 voor een dier zwaarder dan 5kg.

Als iemand belt, die zijn/haar kat kwijt is, dan kan er in de ritformulieren of in DAS gezocht worden of de beschrijving van de vermiste kat overeenkomt met die van één van de formulieren. Is dit het geval, dan kan de beller op afspraak naar de betreffende kat komen kijken om te zien, of het zijn/haar kat is.

Voordat de katten de vriezer ingaan worden er door het wagenteam goede/scherpe foto’s van gemaakt. De foto’s worden dan gemaild naar info@stcvd.nl met vermelding van het nummer van de witte bak, de tijd en de datum van het ritformulier. De centrale upload deze foto’s vervolgens naar de PC.

Wil de vermoedelijke eigenaar dit niet, dan kan eventueel ook m.b.v. de foto’s door ons worden gecontroleerd of de betreffende kat door ons is opgehaald. (Als de eigenaar van een dode kat bekend wordt, breng dan Amivedi en de Dierencentrale op de hoogte.) Alle dode katten waarvan de eigenaar niet bekend is, worden bij ons twee weken in de vriezer bewaard.

Honden

Voor zieke, gewonde of aangereden honden wordt altijd gereden. De wagen rukt uit, nadat alle gegevens zijn genoteerd. De centralist(e) hoort van de wagen ter plaatse of een dierenarts moet worden gebeld. Komt er een melding van een zieke of gewonde hond, die bij de eigenaar thuis is, vraag dan altijd wie zijn dierenarts is en of deze al is gewaarschuwd. Is deze dierenarts nog niet gebeld moet de eigenaar dit alsnog doen. In uitzonderingsgevallen kun je dit ook zelf doen.

Zwerfhonden

Bij meldingen over zwerfhonden worden je handelingen bepaald door de situatie. Loopt de hond in een woonwijk moet worden gevraagd of hij in de gaten gehouden kan worden. (Wij kunnen niet voor elke loslopende hond de wagen laten uitrukken). Wel moeten zoveel mogelijk gegevens van de melding worden genoteerd. Dit voor eventuele bellers, die hun hond kwijt zijn. Loopt deze hond al langer los rond, dan moet gevraagd worden of hij/zij binnen gelokt kan worden (in huis, schuur of tuin), zodat hij gevangen kan worden.

Loopt de hond op een drukke weg, dan moet er altijd een wagen gestuurd worden.

Zit de hond binnen, dan moeten er zoveel mogelijk bijzonderheden gevraagd worden, zoals:

  • Hoe ziet de hond eruit?
  • Is het een reu of een teef?
  • Is er een tatoeage in de oren?
  • Wat is de vachtkleur?
  • Eventueel het ras
  • Heeft de hond een halsband/slipketting?

Bij een leesbare tatoeage kan, na de melding, de Raad van Beheer (bij een beginletter “e”) of de SRGN (bij 3 liggende streepjes) gebeld worden, om de eigenaar te achterhalen. Is de eigenaar gevonden, dient deze gebeld te worden, zodat hij zijn hond kan halen.

Is de hond niet getatoeëerd of is de tatoeage onleesbaar, dan moet er gevraagd worden of hij/zij erg in de weg zit bij de melder. Is dit niet het geval dan wordt er niet onmiddellijk actie ondernomen, zodat, als de eigenaar zich meldt, hijzelf zijn hond bij de melder kan ophalen. Dit is voor hem en ons de gemakkelijkste en goedkoopste oplossing. Duurt dit te lang, dan dient de hond alsnog opgehaald te worden. Dit moet ook gebeuren als de gevonden hond niet bij de melder kan blijven. Bij twijfel over de situatie kan er altijd overlegd worden met het Dierenopvangcentrum Gouda. (vooral in de vakantietijd probeert men soms zijn hond te lozen als een zgn. vondeling)

Honden uit de gemeenten Ouderkerk en Nederlek moeten naar de opvang in Krimpen a/d Lek. Adres: De Noord 102, 2921 AJ, Krimpen a/d IJssel. Telefoon: 088 – 343 71 23

Alle overige honden gaan naar DTMH.

Dode honden

Bij dode honden wordt gehandeld als omschreven in de alinea over dode katten. Voordat de honden de vriezer ingaan worden er door het wagenteam goede/scherpe foto’s van gemaakt. De foto’s worden dan gemaild naar info@stcvd.nl met vermelding van het nummer de tijd en de datum van het ritformulier. De centrale upload deze foto’s vervolgens naar de PC.

Dierenartsritten

Er wordt ook naar dierenartsen gereden met eigenaren en huisdieren. Deze mensen maken altijd van tevoren telefonisch een afspraak. Deze afspraak moet in de agenda genoteerd worden.

LET OP VOOR DUBBELE AFSPRAKEN! Je kunt maar op één plaats tegelijk zijn.

Noteer alle gegevens in de agenda:

  • Naam
  • Adres
  • Plaats
  • Telefoonnummer
  • Tijd
  • Om wat voor huisdier gaat het?
  • Naar welke dierenarts?
  • Wil de eigenaar mee?
  • Bij vertraging eigenaar en dierenarts inlichten

Vermeld altijd dat spoedritten VOOR deze afspraak gaan! Voor ritten buiten de regio, b.v. naar Utrecht, moet de tweede auto met bemanning worden ingezet.

Vogels

Voor alle gewonde vogels wordt gereden:

  • als er iemand bij blijft, of
  • de vogel in een doosje doet, of
  • er iets overheen kan zetten

In alle andere gevallen geldt het volgende:

  • bij net aangereden vogels wordt altijd een auto gestuurd
  • bij vogels met een gebroken vleugel altijd een auto sturen, want deze kunnen gevangen worden
  • vogels met een gebroken poot kunnen nog vliegen en zijn dus bijna niet te vangen, tenzij zij uitgeput zijn. Dit moet aan de melder worden uitgelegd en dan kun je de melder vragen of hij e.e.a. in de gaten houdt
  • bij twijfel of als er toevallig een wagen in de buurt is kan er altijd een kijkje worden genomen

Gewonde zwanen en ganzen ongeacht de verwonding kunnen over het algemeen wel makkelijk gevangen worden, dus altijd een wagen laten uitrukken.

Als zij in het water zitten zijn ze betrekkelijk makkelijk met een bootje in te sluiten. Mocht het de dienstdoende ploeg niet lukken moeten alle gegevens schriftelijk worden doorgegeven aan de volgende ploeg, zodat deze het nogmaals kan proberen. Dit geldt trouwens voor alle gemiste vangkansen van vogels, die hulp nodig hebben en niet meer kunnen vliegen.
NB: Geef alle meldingen van vogels waar gekeken is, maar waar blijkt dat zij niet te vangen zijn met alle bijzonderheden altijd door. Als iedereen die dienst op de hoogte is voorkomen wij, dat er onnodig wordt uitgereden voor vogels, die op dat moment niet te vangen zijn. (Vogels met een vishaak door de snavel, of plastic om de nek, etc.) Vraag wel aan de melders of zij bij verzwakking van de betreffende vogel alsnog een keer willen bellen, zodat wij een nieuwe poging kunnen wagen. (Houdt het zelf ook in de gaten en ben je in de buurt, rij er dan even langs)

Vogels, welke door een kat zijn gegrepen worden altijd opgehaald.

Jonge vogels

Bij jonge vogeltjes, die in de tuin zielig zonder ouders zitten, moet gevraagd worden of ze al veren hebben. Is dit het geval, dan moet worden uitgelegd dat de vogels voor het uitvliegen het nest verlaten en op de grond door hun ouders worden bijgevoerd. Dit duurt een aantal dagen. In deze periode sterken de jongen hun spieren en vliegen na een paar dagen weg.
Vast en zeker krijgt u dan de opmerking te horen, dat deze jongen in de tuin van de melder echt in de steek zijn gelaten, omdat men helemaal geen andere vogels ziet. Vertel de melders dan, dat als zij naar binnen gaan en van achter het raam de situatie even aankijken, zij vanzelf zullen zien, dat een oudere vogel komt voeren.
Dan volgt vaak “ja, maar er lopen hier zoveel katten”. Geef dan in overweging, dat er in deze periode duizenden jonge vogels een aantal dagen op de grond leven, zodat het aantal, dat gepakt wordt, best nog wel meevalt.

De jonge vogeltjes die nog geen veren hebben, die uit het nest zijn gevallen moeten wel opgehaald worden.

Bij meldingen van jonge eendjes zonder moeder moet eerst gevraagd worden of men dit zeker weet. Pas als deze eendjes langer dan een paar uur zonder hun moeder rondzwemmen, moet worden geprobeerd ze te vangen.
Dit geldt natuurlijk ook als de moeder is overleden. Jonge eendjes overleven nooit zonder hun moeder en worden door de andere moeders niet geaccepteerd. Het vangen van jonge eendjes is erg moeilijk, want zij zijn watervlug. Lukt het niet, noteer het voor een volgende poging en leg je er bij neer.

Jonge uilen en andere roofvogels dwalen soms ook in de buurt van het nest rond. Zij lopen zelfs de boom op en af, dus bij meldingen van jonge uilen en roofvogels moet er altijd gevraagd worden, of er een nest(kast) in de buurt is. Nesten zitten vaak in een holte van een boom.
(Jonge uilen en roofvogels, die zo in een boom rondscharrelen worden takkelingen genoemd)

Raamslachtoffers

Er komen ook meldingen binnen over vogels, die bij mensen tegen de ramen zijn aangevlogen. Hierbij geldt het volgende: bij alle dode vogels die geringd zijn moet de ring worden verwijderd en een formulier worden ingevuld.

  • Als de vogel een beetje versuft is, kan de melder de vogel in een doosje zetten en na een uurtje kijken of hij is opgeknapt
  • Vaak kan de melder het vogeltje dan weer loslaten
  • Is de vogel na een uur nog steeds versuft, dan moet deze vogel alsnog worden opgehaald
  • Is de vogel gewond (men ziet bloed ergens, of hij heeft een gebroken poot/vleugel) dan wordt de vogel natuurlijk gelijk opgehaald. Wel even in een doosje laten zetten

 

Egels

Egels zijn nachtdieren en zijn vaak het slachtoffer van het verkeer. ’s Winters houden zij een winterslaap, welke voor de oudere egels ongeveer in november begint. Jonge egels kunnen wel eens wat langer doorlopen. Dit is van belang om te weten, omdat je moet bepalen wat je wel op laat halen en wat niet. Vanzelfsprekend kun je beter een keer een gezonde egel ophalen voor niets, dan per ongeluk een zieke egel laten lopen. De meeste meldingen over egels komen vlak voor en na de winter(slaap).
Als de jonge egeltjes overdag actief zijn, kan er mogelijk een nest is de buurt zijn. De plek waar de egeltjes zich bevinden laten omschrijven. Het moet natuurlijk een plek zijn waar een nest kan zitten. (struiken, bomen en/of een stukje groen). De volwassen egels worden pas later in de avond actief.

Voor bijvoeren geldt het volgende:

  • Bijvoeren voor de winterslaapperiode mag, maar niet te veel
  • De egel moet zelf eten zoeken, anders wordt de egel afhankelijk van de mens, en dat is niet de bedoeling
  • De egel vindt kattenvoer heerlijk
  • Melk mag NOOIT gegeven worden, want daar krijgen ze een darminfectie van

 

Specifieke zomerproblemen

In de zomer krijgt de dierenambulance met nog een paar andere situaties te maken. Jonge vogeltjes, jonge katjes, vleermuizen en met wat zonnende ringslangen. Botulisme bij watervogels (kan ook ‘s winters wel voorkomen).

Botulisme

Botulisme is een bacterie die in het water zit. Het komt alleen bij watervogels voor. Ze krijgen verlammingsverschijnselen van de kop, nek, poten en vleugels.

Wat moet je doen:

  • Spoelen met water
  • Slang in de keel tot de maag
  • 10-20 ml water
  • dat toedienen om de 1 à 2 uur
  • gedurende 2 à 3 dagen

 

Vleermuizen

Gewonde vleermuizen en vleermuizen die binnen (in huizen, scholen, etc.) worden gevonden worden altijd opgehaald.

Zorg ervoor, dat je nooit met de vleermuis in contact komt. GEBRUIK ALTIJD HANDSCHOENEN!

Als er contact is geweest met een vleermuis door de melder, hond, kat of vrijwillig(st)er, meldt dit gelijk aan het MT. Altijd bij de opvang of de piket van de opvang melden dat je een vleermuis hebt binnen gebracht.

Koeien en schapen

Het komt regelmatig voor dat er een melding binnen komt van een schaap, koe of paard/pony in een sloot.

Betreft het een melding over een schaap in de sloot, dan moet de auto gelijk uitrukken.

Bij meldingen over koeien en paarden ligt de situatie anders. Vraag aan de melder of hij/zij weet van welke boer het dier is. Vaak weet ook de plaatselijke politie aan wie het land toebehoort. Als je het telefoonnummer van de boer kan achterhalen, dan kan hij gewaarschuwd worden. Is de eigenaar niet te achterhalen, dan moet er een wagen uitrukken om de situatie op te lossen. De wagenbemanning kan dan ter plaatse evt. een andere boer vragen om te helpen. Lukt dit allemaal niet dan kan ook de brandweer worden ingeschakeld. De wagen dient indien mogelijk altijd op de brandweer te wachten.

Ook krijgen wij meldingen binnen over verwaarloosde schapen. (b.v. met rotkreupel of maden). Rotkreupel kan het hele jaar voorkomen en wordt veroorzaakt door een bacterie, die in het land zit en zich tussen de hoefjes nestelt. Hierdoor gaat het schaap mank lopen en hinken. Vaak begint het bij de voorpoten, waardoor het schaap zogezegd op de ellebogen gaat lopen.

Probeer bij dit soort meldingen de eigenaar te vinden en vraag of hij hier al van op de hoogte is.

Rotkreupel is goed te behandelen door een dierenarts. (De hoefjes moeten gekrabd worden). Maak er op je ritformulier wel een aantekening van.

Als er na een paar dagen weer een melding van binnen komt, heeft de boer waarschijnlijk niets ondernomen. Geef het dan door aan de dienstdoende centralist, indien afwezig, dan zelf contact opnemen met meldkamer N.V.W.A. die weten dan wel wat er moet gebeuren.

Voor schapen met maden geldt hetzelfde. Dit gebeurt vooral ‘s zomers, bij mooi weer. De schapen gaan b.v. een keer in wat uitwerpselen liggen, die in hun vacht blijven zitten. Vliegen leggen daar eitjes in, die na een dag of wat uitkomen. (dit varieert per soort vlieg). De dan aanwezige altijd hongerige maden vreten zich een weg door de vacht en door de huid bij het schaap naar binnen. Als de boer hier bijtijds bij is, dan is er niet veel aan de hand. Is hij laks dan wordt langzaam maar zeker zijn schaap opgevreten. Speur de boer op en vertel het even, want misschien was het hem nog niet bekend. Komt er na een paar dagen weer een melding over dezelfde schapen, geef het dan door aan de meldkamer van de N.V.W.A.

Bedenk wel, dat er met vee meestal anders wordt omgegaan, dan met huisdieren. De meeste boeren hebben ook zoiets van: “waar bemoeien jullie je mee!”

Probeer altijd aardig en beleefd te blijven. Daar komen we het verste mee.

Mobilofoon wagen

BELANGRIJK: mobilofoonverkeer is een 1-richtingsverkeer. Je moet dus om de beurt praten en luisteren.

START DIENST

  • Mobilofoon aanzetten
  • Controleren of hij op de juiste wagen staat ingesteld

Standaard staat de mobilofoon op de juiste wijze ingesteld maar controleer dit toch altijd voor je aan je dienst begint. Als de mobilofoon niet op de juiste wagen staat ingesteld dien je dit aan te passen door de rechter draaiknop naar de juiste wagen te selecteren: DA1, DA2 of DA3. Hierna hoor je een piep. De linker draaiknop is voor het volume.

Berichtenverkeer

Zelf de centrale aanroepen

Contact maken met de centrale; druk toets 1 in. Bij een retoursignaal heb je contact met het CvD. (Bij geen retoursignaal heb je geen contact en moet je het op een andere plek proberen). Hierna moet je de centrale oproepen met: “Hier DAGO 1 (2 of 3) voor de DAGO”. Je wacht op een reactie van de centralist. Hierna kun je met elkaar communiceren.

Aangeroepen worden door de centrale

Als je zelf aangeroepen wordt hoor je een harde toon en de centrale die je aanroept met: “DAGO voor de DAGO 1 (2 of 3)” waarop jij reageert met: “dit is de DAGO 1 (2 of 3), zeg het maar”.

Ter plaatse

Druk toets 2 in als de wagen ter plaatse is. (Toets 2 is in alle wagens de “ter plaatse” toets). Dit is belangrijk want zo ziet en hoort de centralist dat je ter plaatse bent. De centrale dient te allen tijde te weten waar je je bevindt. Zorg dat je altijd een mobiele telefoon bij je hebt als je de wagen verlaat!

Opnieuw op pad (klaar met de rit)

Indien je klaar bent met de rit moet je je weer “aanmelden” bij de centrale. Dit doe je door op “toets 1” te drukken. Wacht even totdat je de piep hoort. Druk dan de knop van de microfoon in en zeg: “DAGO 1 (2 of 3) voor de DAGO”. Laat het knopje weer los, en wacht op antwoord van de centrale. Deze moet antwoorden met: “Hier DAGO, zeg het maar”. Geef kort door wat je gedaan hebt en overleg wat je nog meer moet doen.

  • Spreekwijze
    Spreek kort en bondig, Voorkom lange rustpauzes tussen woorden en zinnen.
  • Spreeksnelheid
    Spreek niet te snel, maar ook niet overdreven langzaam. Als de ontvangende partij aantekeningen moet maken moet je op dicteer snelheid spreken.
  • Stemvolume
    Spreek rustig en duidelijk op normale sterkte.
  • Teruglezen
    Bevestig het ontvangen bericht door korte samenvattingen te geven. Belangrijke informatie zoals het adres e.d. altijd herhalen voor controle. Maak duidelijk dat de informatie is overgekomen en dat het gesprek beëindigd wordt. Hierna de mobilofoon met toets 5 weer in toonslot zetten.
  • Privacy
    Noem in verband met privacy zo min mogelijk persoonsgegevens door. Adressen zijn noodzakelijk maar geef geen telefoonnummers of namen door. Bij zeer gevoelige onderwerpen maak je gebruik van de telefoon. Vergeet nooit dat er altijd anderen kunnen meeluisteren!
  • Tot slot
    Maak geen grapjes over de mobilofoon. Dit komt onprofessioneel over voor meeluisteraars en is storend voor collega’s die met een andere DAGO auto onderweg zijn.

PORTOFOON GEBRUIK

Achterin de DAGO 2 en de DAGO 3 hebben we een portofoon. Hiermee kunnen de mensen achterin contact houden met de chauffeur. De chauffeur moet dan de mobilofoon in de cabine instellen op “porto 41”. De portofoon achterin staat altijd aan en goed ingesteld. Je hoeft dan alleen het volume wat hoger te zetten. Let er op dat je na gebruik het volume weer zachter zet (dus niet uit!), zodat de dieren achterin niet schrikken.

Telefoonnummers mobiele telefoons
GSM 1 (doorschakel)06 – 46 07 88 93
GSM 206 – 46 07 88 94
Mobilofoon centrale

Anders dan met een gewone telefoon kan je niet praten en tegelijk luisteren. Als je wilt spreken moet je de zendtoets gebruiken en om te luisteren deze weer loslaten.

De mobilofoons zijn voorzien van een zogenaamd toonslot. Door middel van een bepaald ‘riedeltje’ wordt de luidspreker van de andere mobilofoon ingeschakeld.

Voor het oproepen van bijvoorbeeld de DA 1 is het dus noodzakelijk om eerst de tooncode van deze auto te versturen. Toets hiervoor de code 01 en vervolgens op  

Hierdoor wordt de luidspreker van de DA 1 ingeschakeld. Hierna kan je de wagen oproepen met de rode zendtoets.

Op het display zie je op de bovenste regel de laatst verzonden tooncode. Op de tweede regel staat de laatst ontvangen code. Soms hoor je alleen een riedel, maar verder geen oproep. In dat geval heeft de wagen zich ‘ter plaatse’ gemeld en verschijnt er 11, 22 of 33 op de tweede regel. Je weet dan dat de bemanning /bevrouwing uit het voertuig is.

Met de knop  kan je de luidspreker eventueel weer uitschakelen en gaat het rode speakerlampje naast het display weer uit.

Kassa

Zet de kassa aan door de schuifschakelaar op “REG” te zetten. Voor het openen van de geldla moet het slot open staan.

INKOMSTEN

Werkwijze:

Ritten particulieren (810)
voer bedrag in en druk op omzetgroep 1

Kadavers
voer bedrag in en druk op omzetgroep 2

Crematies
voer bedrag in en druk op omzetgroep 3

Fooien en donaties
voer bedrag in en druk op omzetgroep 4

Als het bedrag of de bedragen aangeslagen zijn, druk je op de (#/ST) knop dan krijg je het bedrag dat afgerekend moet worden. Voer dan het bedrag in wat je van de klant ontvangt en druk op (TL/AT/NS) knop. Er verschijnt dan het terug te geven wisselgeld.

Het retourkomende wisselgeld van de wagenbezetting, voer het bedrag in en druk op (VAT/RA) toets. Sluit de transactie af met de (TL/AT/NS) knop.

 

UITGAVEN

Wisselgeld aan de wagen geven, voer bedrag in ( € 53,50 ) en druk op (PO) toets. Sluit de transactie af met de (TL/AT/NS) knop.

Geef uit de geldla: 
  Biljetten
2x10,00
2x  5,00
 
  Munten
5x  2,00
5x  1,00
10x  0,50
10x  0,20
10x  0,10
10x  0,05

Indien einde avonddienst: kassa uitzetten en op slot. Vangkooi

Beschrijving

De Eeziset is een zelfsluitende vangkooi die dichtklapt als een kat de kooi inloopt en op de treeplank (C) stapt. De treeplank (C) zit met een stang vast aan een ontkoppelingspen (F). Met behulp van veerdruk houdt deze ontkoppelingspen de valdeur (E) op z’n plaats. Als de kat op de treeplank gaat staan, komt de valdeur (E) vrij, klapt dicht en wordt door een beugel (D) vergrendeld; de kat kan er nu niet meer uit.

Op scherp zetten

Til de transparante deur (A) op en leg wat geschikt voer vlak achter de treeplank. Laat de transparante deur zakken. Duw met behulp van de hendel aan de buitenkant de beugel (D) omhoog tot hij niet verder kan (bovenkant). Hou de beugel in deze positie en duw de valdeur (E) naar binnen tot hij blijft hangen aan de ontkoppelingspen (F). De val staat nu op scherp en kan op locatie geplaatst worden.

Een gevangen kat overzetten

Een handige methode wordt hier getoond. De kant met de valdeur (E) wordt tegen een muur gezet. Tegen de andere kant (transparante deur A) wordt een kattenkooi geplaatst. Beide deuren worden geopend zodat de kat zelf de kooi in kan lopen.

Belangrijk

Behalve het schoon houden van de vangkooi is het aan te raden regelmatig de scharnieren en de ontkoppelingspen licht te oliën of in te vetten.