Dier in nood? Bel ons op: 0182-529059

EHBO

EHBO

Algemeen
Honden
Katten
Overige
Vogels
Vleermuizen
Overleden
Gebruik je neus
Zuurstof
Algemeen

Brandwonden

  • Koud stromend water over de wond laten lopen
  • Naar een dierenarts brengen

Slagaderlijke bloedingen

  • Dit zijn pulserende bloedingen, helderrood van kleur
  • De bloeding moet worden gestopt door middel van een afbinding tussen de wond en het hart
  • Als dit niet gaat moet er door de vingers druk worden gezet op een van de volgende punten:
    • – binnenzijde bovendeel achterpoot (lies)
    • – binnenzijde bovendeel voorpoot (oksel)
    • – op de onderkant van de staartbasis
  • Zo snel mogelijk naar een dierenarts brengen

Aderlijke bloedingen

  • Er is een gelijkmatige stroming, het bloed is donkerrood
  • De wond moet steriel worden afgedekt waarna een drukverband wordt aangelegd
  • Zo snel mogelijk naar een dierenarts brengen

Oorbloedingen

Omdat het oor veel bloedvaatjes bevat, kan een oorbloeding er vaak erger uitzien dan het is. Toch is het van belang om ervoor te zorgen dat het bloeden stopt. De wond moet weer steriel worden afgedekt, waarna een drukverband kan worden aangebracht

Breuken

Laat de breuk met rust en vervoer het dier naar een dierenarts.

Ogen uit de kas

  • Goed nathouden met steriel water
  • Zo snel mogelijk naar een dierenarts brengen

Vergiftigingen

  • Bij inname: water laten drinken
    • – alleen bij niet bijtende stoffen zout of braakmiddel geven (bij twijfel niet doen)
    • – noteren om welke stof het gaat
    • – zo snel mogelijk naar een dierenarts brengen
  • Op de huid: afspoelen met stromend water
    • – noteren om welke stof het gaat
    • – zo snel mogelijk naar een dierenarts brengen
  • In de longen: frisse lucht
    • – eventueel kunstmatige ademhaling
    • – noteren om welke stof het gaat
    • – zo snel mogelijk naar een dierenarts brengen

Shock

  • Bij een hoge temperatuur koel houden
  • Bij een lage temperatuur warm houden
  • Zo snel mogelijk naar een dierenarts brengen

Honden

Zwerfhonden

De meeste zwerfhonden zijn gelukkig al door de melder gevangen of ingesloten en er is dan al bekend of het dier vriendelijk is of niet. Soms komt het echter voor dat wij bange of agressieve honden moeten vangen of wij treffen ze aan terwijl ze vastgebonden zijn of wij moeten ze ergens uit huis halen. In deze gevallen is het vaak onbekend of het dier te vertrouwen is of niet en wij moeten er voorzichtig mee om gaan. Een angstige hond die vast staat of in het nauw gedreven is zal happen als iemand zijn hand uitsteekt. Probeer zo’n hond dus niet meteen te aaien en laat hem niet aan je hand ruiken. Om uit te proberen kan je wel voorzichtig je hand laten zien maar wel van een veilige afstand.

Spreek de hond aan. De meeste honden luisteren goed naar commando’s. Geef dus heel duidelijk een commando “ZIT”.

Een vreemde hond vang je het makkelijkste door een riem met een hele grote lus over zijn kop te laten vallen. Als hij wil bijten, dan bijt hij alleen maar in de riem. Eenmaal aangelijnd lopen de meeste honden makkelijk mee en ze zijn dan ook makkelijk te hanteren. Als je een hond echter niet vertrouwt wees dan niet bang om de vangstok te gebruiken daar is hij ook voor.

De DAGO gebruikt alleen eigen sliplijnen voor honden. Wij maken geen gebruik van slipkettingen of gewone halsbanden. Om een slipketting of halsband om te doen is er te grote kans dat je gebeten wordt. Met een gewone halsband kan een hond makkelijk ontsnappen.

  • Vervoer zwerfhonden altijd in de kennel, nooit los in de auto en al helemaal niet voorin.
  • Til een vreemde hond nooit op. Er is een grote kans dat je in je gezicht gebeten wordt.
  • Zet honden in de kennel via de binnenkant van de auto en niet via de zijdeur.
  • Loop voor de hond uit de auto in. Als de hond de auto niet in wil trek je de riem strak en laat je je collega een zetje geven van achteren. Zolang jij de riem strak hebt kan de hond zich niet omdraaien om te bijten.
  • Gewonde of zieke honden

    Wij moeten ook zieke of gewonde honden vervoeren. Denk bij een gewonde hond aan je eigen veiligheid. Gebruik dan altijd een bekband of een passende muilkorf. Zwaar gewonde of zeer zieke honden die niet kunnen lopen, kunnen op de brancard vervoerd worden. Let wel op dat honden dit heel eng vinden en eraf willen springen. Bij twijfel kan een hond ook op een sterke deken gedragen worden. Houd dan de hoeken bij elkaar zodat de hond er niet uit kan komen. Een hond die moeilijk loopt kun je ondersteunen door middel van een handdoek onder zijn buik. Bij verdenking van rugletsel maak je gebruik van de rugletselplank. Gewonde of zieke honden laten wij altijd door een dierenarts nakijken.

    Honden fixeren

    Staand/Zittend: Pak aan weerszijden van de hals net achter de oren een stuk vel vast. Zo kan de hond zijn kop niet omdraaien en dus niet bijten.

    Liggend: Bij een hond in zijligging: leun met een onderarm op de hals, zodat de kop niet opgericht kan worden. Houd met de hand van diezelfde arm de onderliggende voorpoot boven de pols vast en met je andere hand de onderliggende achterpoot boven de enkel. Dit is de beste manier om een hond liggend te fixeren, zonder dat hij gemakkelijk kan bijten.

    Bekbandje: Een bekbandje wordt gebruikt om te voorkomen dat een hond kan gaan bijten. Gebruik een brede reep, niet rekbare stof en maak hierin een lus met een halve knoop. Doe de lus over de bek , waarbij de knoop in het midden van de onderkaak komt te zitten. Trek de lus goed strak en maak de uiteinden vlak achter de oren vast.

    Vangstok: Dit is een holle buis met aan een uiteinde een lus die via het andere uiteinde aangetrokken kan worden. Doordat de buis niet flexibel is kan je de hond op afstand houden.

    Tot slot: Ga nooit direct op een hond af om hem te aaien. Als hij angstig is kan hij bijten of ontsnappen. Altijd eerst de hond aanlijnen en pas daarna kun je hem evt. aaien.

Katten

Zwerfkatten

Veel zwerfkatten zijn al door de melder zelf gevangen. Zij kunnen dan al aangeven of het dier vriendelijk is of niet. Bij twijfel moet je echter geen risico’s nemen. Neem dan maatregelen voor je eigen veiligheid. Denk er wel aan dat een kat ook dwars door leren handschoenen kan bijten en ook flink kan krabben.

Gewonde katten

Door pijn en angst kunnen zelfs de liefste katten agressief reageren. Ook wilde katten kunnen gewond aangetroffen worden en zijn dan vaak niet meteen herkenbaar als wild. Neem geen risico’s; denk altijd aan je eigen veiligheid.

Gewonde katten worden in de “aanrijdbox” vervoerd. Het beste is om het dier op te pakken met je handen onder zijn schouders en bekken en zo naar de aanrijdbox toe te schuiven. Hierbij wordt het dier zo weinig mogelijk bewogen.

Als je een kat niet vertrouwt, is het veiliger om hem in zijn nek vel te pakken met één hand onder zijn bekken voor steun. Leg eerst een handdoek over de hele kat. Dit zorgt ervoor dat hij je handen niet ziet als je hem wilt pakken, en hij kan minder goed krabben. Je mag ook handschoenen gebruiken, maar daarmee heb je vaak weinig grip.

Gewonde en zieke katten laten wij altijd door een dierenarts nakijken.

Verwilderde katten

Wij moeten geregeld verwilderde katten vangen. Dit gebeurt meestal door middel van een vangkooi. Vangkooien mogen alleen geplaatst worden op een veilige plaats b.v. bij iemand in de tuin of in een loods. Ze mogen absoluut niet geplaatst worden op openbare grond of op plaatsen waar andere mensen bij kunnen. Dit om te voorkomen dat de kooien gesloopt of gestolen worden of, nog erger, dat iemand een gevangen kat gaat plagen of mishandelen.

Mensen moeten een borg van 70 euro betalen voordat wij een vangkooi zetten. Dit gaat per machtiging. Als wij de vangkooi terug halen wordt de machtiging verscheurd. Elke vangkooi heeft een eigen nummer op de onderkant. Noteer het nummer op het ritformulier.

Als een kat gevangen is moet de vangkooi zo snel mogelijk afgedekt worden met een kleed of handdoek. Door het af afdekken wordt de kat rustiger en is er minder kans dat hij zich zelf bezeerd. Eenmaal gevangen moeten de katten vervoerd worden. Soms kunnen ze in de vangkooi blijven, maar het is beter om ze over te zetten in een vervoersbox of draadkooi. Op de DAGO hebben we een transportbox die speciaal gemaakt is voor verwilderde katten.

In deze box is een schuifdeur gemaakt. Om de kat over te zetten in de box, zet je de opening van de box tegen de vangkooi aan. Beide schuifdeuren open doen en laat de kat over lopen. Zorg er wel voor dat de kat de box niet opzij kan duwen. Als hij maar een heel klein kiertje zien zal hij proberen te ontsnappen.Om een wilde kat over te zetten in een draadkooi maken wij gebruik van een jute zak. Controleer wel van tevoren of de zak heel is en geen gaatjes erin heeft. We trekken de zak over een uiteinde van de vangkooi en maken voorzichtig de deur open. Gebruik desnoods de stok van de draadkooi om de kat een duw te geven zodat hij probeert uit de kooi te lopen. Hij moet dus de zak in lopen.

Zodra de kat in de jute zak zit, zet je een voet op de opening zodat hij er niet uit kan. Draai dan de bovenkant van de zak totdat de kat klem zit onderin. Dan pas kan je hem veilig in een draadkooi zetten.

Zorg ervoor dat je een draadkooi dichtbij heb met de deksel open en dat je collega klaar staat om het snel dicht te doen. Je mag de vangkooi niet kantelen om de kat in een box of jute zak te kiepen. Dit geeft een veel te grote kans dat de kat ontsnapt en de kat zal meestal zijn nagels er inzetten om te blijven zitten. Veel effectiever is het om met de stok van een draadkooi te “rammelen” waardoor hij doorloopt om van het vervelende geluid weg te komen.

Wordt de kat echter in de val zelf vervoerd, leg er een grote handdoek overheen zodat het diertje rustiger word. In een gesloten ruimte kan het soms nuttig of nodig zijn om een angstige/wilde kat te vangen met de vangstok. Pak nooit een wilde kat met je handen; ook niet met handschoenen aan!

Katten in een boom

Het komt voor dat katten in een boom terecht komen en er niet meer uit durven te klimmen. Meestal gaat het om jonge katten die nog moeten leren dat ze achteruit naar beneden moeten komen. Als wij ze te snel ‘helpen’ zullen ze het nooit leren en zal het steeds weer voorkomen dat ze vast komen te zitten. Gebruikelijk is om de kat rustig te laten zitten om hem de kans te geven het zelf te leren. Vraag of de melder de volgende ochtend wil controleren of hij veilig weer op de grond is gekomen. Als hij na een hele nacht nog steeds in de boom zit kunnen wij ingrijpen, desnoods met hulp van de brandweer.

Katten fixeren

Door zijn andere karakter en meerdere “wapens” moet een kat beslist niet als een kleine hond behandeld worden. Probeer alleen dwang te gebruiken als dat echt nodig is en ga daarna weer over tot het kalmeren van het dier. Een kat kan gemakkelijk veel agressie opbouwen als hij te lang gefixeerd wordt. In de nekvel pakken. Eventueel met de andere hand op de rug vastpakken en tegen de bodem drukken.

Pas op: sommige katten krimpen in elkaar als je in de buurt van hun nekvel komt en worden steeds agressiever als je ze zo probeert te fixeren.

Overige

Konijn

Als een konijn zich verzet kan hij gemakkelijk zijn rug breken. Fixeer hem daarom als een kat waarbij voldoende druk op de rug uitgeoefend moet worden. Houd het konijn bij optillen in zijn nekvel vast terwijl je hem onder de buik ondersteunt.

Papegaai

Deze vogel kan met zijn bek veel schade aanrichten, dus dit deel van de papegaai moet goed gefixeerd worden. Probeer het dier nooit met blote handen te pakken maar altijd met behulp van een handdoek of iets dergelijks. Als hij zich dan in de doek vastbijt heb je een moment om zijn kop vast te pakken. Dit moet achterlangs gebeuren met duim en wijsvinger net onder zijn ogen. De handdoek kunnen we dan verder om zijn lichaam wikkelen zodat ook de klauwen en vleugels goed gefixeerd zijn. Als de vogel nog binnenshuis zit dan kan het verduisteren van de ruimte een rustgevend effect geven.

Paard

Omdat een paard een vluchtdier is, heeft steng aanpakken vaak veel minder effect dan bij een hond. Rust en ontspanning van een begeleider neemt het dier meestal over. Probeer het paard in een afgeschermde ruimte te plaatsen zodat zijn vluchtinstinct niet gestimuleerd wordt. Houd zijn hoofd goed laag. Til een van de voorbenen op … Pas goed op!!! Doe hem een blinddoek om. Als er toch nog paniek is of er moeten pijnlijke dingen gedaan worden dan zijn de volgende dwangmiddelen mogelijk:

  • Het vastpakken van de bovenlip of een oor
  • Het aanbrengen van een praam op de bovenlip

Koe

Ook koeien kunnen behoorlijk uithalen met hun achterpoten en zelfs naar opzij trappen.

  • Kop opzij naar je toe draaien
  • Met duim en wijsvinger in de neus vastpakken
  • Staart omhoog duwen

LET OP !!! Bij paarden of koeien te water schakelen we de brandweer in. De brandweer is hier speciaal voor getraind. Wij gaan NIET het water in. Als het dier probeert los te komen kunnen we namelijk onder het dier vast komen te zitten met grote kans op verdrinking.

Schaap en geit

Een schaap dat lang op zijn rug ligt, zal overlijden omdat de longen in verdrukking komen. Je kunt een verwenteld schaap niet zo even omrollen en weer op de poten zetten, omdat er een grote kans op een maagkanteling is. Als een dierenarts dit niet op tijd behandelt, overlijdt het schaap.

  • Help het dier via de kont weer op de poten. De achterpoten moeten eerst de grond raken.
  • Trek niet teveel aan de wol, dan ontstaan er allerlei bloeduitstortingen. Het beste kun je het schaap in de oksels pakken. Omdat het soms wel 60-70 kilo weegt, is het verstandig het schaap met zijn tweeën op te tillen.
  • Als het schaap op de kont getild is, kun je het beter even laten zitten. Er komt dan weer zuurstof naar de spieren en de organen krijgen weer meer ruimte.

Egel

De meeste egels rollen zich op zodra je ze probeert op te pakken. Als ze dat niet doen mag je er vanuit gaan dat hij erg jong is of dat er iets mee aan de hand is. Egels pak je met handschoenen aan. Egels zijn nachtdieren en vrij schuw. Als ze overdag rondlopen of in het open veld blijven zitten kan er iets mis mee zijn. Vaak kan je geen verwonding zien doordat het dier zich oprolt als je in de buurt komt. Probeer egels dus niet grondig te onderzoeken.

Iets wat vaak voorkomt bij egels is dat ze last van maden hebben. Deze zie je niet altijd, maar je moet ze wel kunnen ruiken. Als je een egel ’s avonds ophaalt of op een ander tijdstip wanneer er niemand in de opvang is, moet je eerst ruiken of hij maden heeft en indien nodig iemand van de opvang bellen om het dier meteen te (laten) behandelen. Als je dit niet doet kan een egel levend opgegeten worden!!!

Vooral in het najaar halen wij veel egels op. Vaak zijn het jonge dieren die nog te licht zijn om in de winterslaap te gaan. Egels gaan, na telefonisch contact, naar de egelopvang in Boskoop. Indien ze daar niet direct terecht kunnen; overleg met de opvang.

Slang

Er zijn weinig mensen die alle slangensoorten kunnen herkennen. Als je er een tegenkomt kun je niet altijd weten of het om een onschuldige ringslang gaat of een andere soort. Naast de inheemse slangensoorten komen wij ook geregeld ‘ontsnapte’ huisdieren tegen. Neem nooit risico’s. Een rustige slang kun je vangen door een bakje eroverheen te leggen en dan een plankje eronder te schuiven. Als een slang onrustig of agressief lijkt moet je echter uit de beurt blijven. Bel dan Bam voor assistentie.

Vogels

Kleine vogels

Houd de vleugels langs het lichaam en omvat het dier met twee volle handen. Met je pinken kan je eventueel de pootjes vasthouden. Let op bij duiven dat ze besmet kunnen zijn met ’t geel. Dit is een zeer besmettelijke ziekte. Je kunt dit herkennen door in zijn keel te kijken waar je kleine gele/witte korrels ziet. Bij twijfel, laat ze niet in contact met andere vogels komen en zet ze niet zomaar in de opvang; eerst overleggen!

Middelgrote vogels (kip, eend, meerkoet e.d.)

Laat de vogel op je onderarm liggen met zijn kop onder je bovenarm en zijn pootjes in je hand. Op deze manier kan je het dier met een hand vasthouden waarbij je de andere hand vrij hebt voor andere dingen. Door zijn kop onder je arm te zetten kan de vogel niets meer zien en zal hij wat rustiger worden. Dit is heel belangrijk, vooral bij wilde vogels.

Reiger en aalscholver

Reigers, aalscholvers, roerdompen en andere grote vogels met spitse snavels zullen bij bedreiging proberen in je gezicht te pikken. Eigenlijk pikken ze naar je ogen. In principe draag je ze net zoals andere middelgrote vogels maar het is essentieel dat je geen enkele seconde de kop loslaat. Draag bij deze vogels ook altijd handschoenen en een veiligheidsbril.

Zwaan en gans

Deze vogels tillen wij met een arm om het hele lichaam, waarbij de vleugels tegen het lijf worden gehouden, en het dier dan op je heup rust. Met je andere hand kan je zijn kop ondersteunen. De meeste zwanen en ganzen pikken zelden als ze eenmaal gevangen zijn dus je kan even de kop loslaten als je bv een deur open moet maken.

Roofvogels

De klauwen van een roofvogel zijn wapens en erg scherp. Sommige roofvogels gaan, als je ze wilt pakken, op de rug liggen met de klauwen omhoog. Dan kun je het best een handdoekje eroverheen gooien waarbij je hem de handdoek vast laat grijpen. Ook een roofvogel die niet op zijn rug gaat liggen kun je in een handdoek laten grijpen. Verder moet je, voor je eigen veiligheid, handschoenen dragen.

Tips voor het omgaan met vogels

Als je weet dat je een vogel of dier moet vangen zorg dan dat je alles bij je heb voordat je gaat zoeken. Als je geen schepnet bij de hand hebt kan het dier vluchten zonder dat je er iets aan kunt doen. Wij moeten vaak zwanen, eenden etc. vangen in weilanden met sloten. Als de vogel in het water zit kun je proberen aan beide kanten van de sloot te werken. De ene persoon neemt het net met telescoopstok, de andere het korte net of zwanenhals. Veel gewonde vogels kunnen niet meer vliegen, maar wel zwemmen.

Werk rustig; ga er niet achteraan rennen. Kijk eerst hoe de sloot loopt. Waar wordt het breder? Waar loopt het dood? Probeer de vogel rustig naar een doodlopend einde te jagen en wacht geduldig je moment af. Hij zal een keer wat dichter bij de kant komen of aan het einde van de sloot komen waarbij je de kans krijgt om hem te vangen.

Grote vogels worden in de kennel vervoerd. Eerst een onderlegger erin doen om natte ontlasting op te vangen. We zetten vogels in de kennel via de zijkant van de auto. Je moet de vogel toch optillen en als je naast de auto staat kan je de vogel zonder te bukken erin zetten. Als je het via de binnenkant van de auto doet, moet je op je knieën zitten met het risico dat je in je gezicht gepikt wordt.

Rijdt niet te lang rond met dieren in de auto, zeker als het gaat om stress gevoelige vogels, jonge vogels of gewonde dieren. Als je een drukke dienst hebt, probeer toch even naar kantoor te rijden om daar alle dieren voor de opvang af te geven.

Jonge vogels zijn zeer gevoelig voor de kou en hebben vaak eten nodig. Zet ze dan niet zomaar in een bakje achterin de auto om er vervolgens de hele dienst mee uit te rijden. In drukke periodes kan je eten meenemen in de auto waarmee je jonge vogels onderweg kan voeren. Als je een kaal vogeltje of een nat eendje treft, kan je deze warm houden door het bv onder je trui te stoppen.

Alle vogels, vleermuizen, slangen, egels, konijnen etc. worden eerst naar de opvang gebracht. Gewonde dieren worden eerst door de medewerkers van de opvang onderzocht en dan, indien nodig, naar een dierenarts gebracht.

Vleermuizen

Er zijn verschillende soorten vleermuizen die voorkomen in Nederland. Omdat sommige rassen dragers kunnen zijn van rabiës, is het essentieel dat wij er voorzichtig mee om gaan.

Rabiës

Rabiës kan overgebracht worden door een bijtwond, speeksel of contact met de slijmvliezen, (b.v. oog, neus etc). In principe hoeft de autoploeg een vleermuis nooit aan te raken. Is het toch noodzakelijk: gebruik dan altijd handschoenen! Raak ze echter nooit met blote handen aan wegens besmettingsrisico!!! Een vleermuis op de grond of die aan een muur hangt vang je als volgt:

  • Draag wegwerphandschoenen (je raakt het beest niet maar wel het karton waar hij mee in contact is geweest)
  • Plaats een kleine bak over de vleermuis
  • Schuif er een kartonnetje achter/onder zodat de vleermuis niet kan ontsnappen
  • Doe het deksel op het bakje en schuif het karton ertussenuit

Als de vleermuis op een plek zit waar je met het bakje niet bij kan, kan het nodig zijn om het beestje iets opzij te schuiven. Dat doe je met een dikke, leren handschoen. Een vleermuis pakken met plastic handschoenen doen wij in principe niet. Als het echt niet anders kan, moet je hem in zijn nekvel pakken. Denk er wel goed aan dat zelfs een kleine vleermuis er dwars doorheen kan bijten.

Probeer nooit een vliegende vleermuis te vangen. Meestal lukt het toch niet en je loopt een groot risico dat je het diertje beschadigt. Zijn vleugels zijn zeer kwetsbaar en genezen nauwelijks als ze eenmaal ingescheurd zijn. Beter is het om deuren en ramen open te zetten zodat de vleermuis zijn eigen weg naar buiten kan vinden. Lukt dit echter niet dan moet je gewoon wachten totdat hij ergens gaat rusten. Dan vang je hem met je bakje.

Als je een vleermuis bij mensen ophaalt, moet je altijd vragen of iemand het dier aangeraakt heeft of gebeten is. Wanneer dat het geval is, namen en adressen noteren van iedereen die het dier aangeraakt heeft. Dit moet ook direct gemeld worden bij Bam of Marlies. Eerst wordt gekeken om welke soort vleermuis het gaat. Bam en Marlies zijn hier expert in en kunnen vertellen of het een ras is waar wij ons zorgen over moeten maken. De vleermuis wordt dan naar Lelystad gebracht voor onderzoek op rabiës. Wanneer hij besmet blijkt te zijn, moet de GGD contact kunnen opnemen met iedereen die eventueel ingeënt moet worden. Bij een positieve uitslag moet iedereen die contact heeft gehad met het dier inentingen halen. Houd je aan de procedure! Dit voorkomt dat er (onnodig) vleermuizen ingeslapen hoeven te worden!

Na gebruik moet alles grondig ontsmet worden. Het bakje en geplastificeerd karton kan je gewoon ontsmetten. Leren handschoenen liever niet nat maken daar heeft de opvang een speciale ontsmetting kast voor. Deze staat op de plank in de keuken van de opvang.

Overleden

Wij treffen verschillende soorten overleden dieren aan. Elk dier dient met respect behandeld te worden!

Huisdieren waarvan de eigenaar bekend is

Deze worden meestal bij een dierenarts of bij mensen thuis opgehaald. Het kunnen ook gevonden dieren zijn waarvan de eigenaar zich later pas gemeld heeft. Voor de eigenaar zijn er 4 mogelijkheden waaruit zij kunnen kiezen voor de verwerking van het dier.Wij kunnen alleen aanbieden en de eigenaar zelf beslist hierover. Dode dieren worden altijd vervoerd met de brancard, de aanrijdbox of een door de eigenaar meegegeven mand of doos wanneer zij thuis worden opgehaald of wanneer de eigenaar erbij is. Gebruik nooit plastic zakken in aanwezigheid van de eigenaar.

Crematie

Het dier wordt in een zak, doos of eigen mand voorin de vriezer gelegd. Er moet een sticker van het crematorium op geplakt worden met daarop alle volledige gegevens van eigenaar, de naam van het dier en ritnummer. Er moet een crematieformulier ingevuld worden, ook met het ritnummer erop en, indien mogelijk, de handtekening van de eigenaar. De eigenaar ontvangt het onderste formulier (HHC roze), de originele (HHC witte) is altijd voor het crematorium. Alle gegevens moeten ook op het ritformulier en in de computer worden gezet. Vergeet niet het geschatte gewicht van het dier op het ritformulier te melden. Vervolgens wordt het dier wordt binnen enkele dagen naar een crematorium gebracht.

NB: Vermeld altijd de naam van het dier. Dit is voor de eigenaar erg belangrijk!!! Als er om gevraagd wordt, mogen eigenaren (op afspraak) meerijden naar het crematorium.

Begraven

Dit komt weinig voor maar is toch nog mogelijk. De dierenbegraafplaats waar wij de meeste dieren heenbrengen is in Zevenhoven. Het dier wordt in een zak, doos of eigen mand voorin de vriezer gelegd. Er moet een duidelijke sticker op met de gegevens van eigenaar en dier, het ritnummer en de melding dat hij naar de begraafplaats moet. Wij kunnen geen prijsindicatie geven voor de begraafplaats. Hiervoor moet de eigenaar zelf contact opnemen met de begraafplaats. Wij rekenen onze gewone ritprijs voor het brengen van een dier naar de begraafplaats. Desnoods mogen eigenaren op afspraak meerijden.

Destructie

Dieren voor destructie worden in de grijze containers in de vriezer gedaan. In de destructiecontainers mogen geen plastic zakken, halsbanden enz. gedaan worden. Deze containers worden eens in de week door Rendac geleegd. Pak pas een nieuwe bak als de andere vol zijn. Prop ze niet te vol. De containers moeten wel dicht kunnen.

Meenemen door de eigenaar

Sommige mensen willen een dier zelf meenemen om b.v. zelf naar een crematorium te brengen of om in de tuin te begraven. Dit mag. In de wet is het per gemeente verschillend of het toegestaan is om huisdieren in de tuin te begraven. De eigenaar kan dit desnoods zelf informeren bij zijn eigen gemeente. In principe geven wij een geïdentificeerd dier altijd mee met de eigenaar wanneer zij dit willen.

Huisdieren waarvan geen eigenaar bekend is

Gevonden huisdieren moeten minstens 2 weken bewaard worden. In de vakantietijd worden ze zelfs 3 weken bewaard. Alle gevonden huisdieren worden doorgegeven aan Amivedi en Dierencentrale. Meestal gaat het om katten. Deze worden in plastic bakken op de planken in de vriezer gelegd. Op de voorkant van de bak wordt het ritnummer en datum geschreven met krijt. Dit is essentieel!!! Anders zijn de katten later niet meer te traceren. Dieren die te groot zijn voor de bakken kunnen, in een plastic zak of op een deken, op de grond in de vriezer. Altijd ervoor zorgen dat het ritnummer en de datum erop staan. Als je nog geen ritnummer heb, zet je datum en tijd van de rit erop. Het is niet handig om een brancard in de vriezer te leggen. De uiteinden steken te ver uit en mensen kunnen er over struikelen. Leg de dieren zo netjes mogelijk neer zodat ze in een nette houding bevriezen. Zet ze zo schoon en droog mogelijk in de vriezer. Maak ze niet verder nat door ze af te spoelen.
Alle gevonden dieren moeten goed beschreven worden op het ritformulier:

  • Diersoort
  • Ras (indien van toepassing)
  • Geslacht
  • Leeftijd (indien mogelijk)
  • Kleur
  • Aftekeningen (zo uitgebreid mogelijk)
  • Bijzonderheden, bv. Een scheur in het oor of een geamputeerde staart

Controleer of het dier gechipt is (doe dit grondig, desnoods tweemaal omdat de apparatuur wel eens haperen kan) of getatoeëerd en noteer of hij een hals en/of vlooienband heeft. Bedenk: hoe beter een dier beschreven wordt, hoe meer kans zijn eigenaar heeft om hem te traceren.

Wilde Dieren

Wilde dieren worden in de grijze container voor destructie gedaan. Als je iets bijzonders vindt, is het misschien wel interessant om het te bewaren in de vriezer of door te brengen naar Naturalis. Overleg dan met MT of hoofd opvang.

Nog een tip: Veel dieren hebben vlooien. Bij een overleden dier proberen de vlooien snel een nieuw huis te vinden. Spuit bij voorkeur alle overleden (huis)dieren in met antivlooien spray voor je ze gaat vervoeren, anders is de kans groot dat we weer een vlooienplaag krijgen in de auto’s en op kantoor.

Gebruik je neus

Maak goed gebruik van je neus tijdens je dienst. Bepaalde problemen bij dieren hebben een zeer opvallende geur. Dit onderdeel gaat alleen om levende dieren. Het is vanzelfsprekend dat kadavers stinken.

Maden

Stinkt naar rottend vlees. Komt vaak voor bij warm weer.

Egels

Hebben heel snel last van maden. Vaak zie je ze niet tussen de stekels, maar je ruikt ze wel.

Schapen

Bij warm, vochtig weer. Vaak bij de anus maar ze kunnen ook elders op het lichaam voorkomen. Vuil / stront blijft in de wol hangen waarna vliegen eitjes gaan leggen. Het schaap heeft jeuk. Staat vaak te kwispelen met zijn staart en verbaasd naar achteren te kijken. Meestal heb je hier grote, oppervlakkige wonden.

Konijnen

Komt ‘s zomers heel vaak voor, vooral bij dieren met diaree of te vuile hokken maar het kan ook ‘zo maar’. Meestal bij de anus of onder de buik. Vaak is er weinig te zien, soms zie je een kleine natte plek, maar je ruikt het meestal wel. De maden kruipen de anus in en dan wordt het konijn van binnen levend opgegeten of ze kruipen tussen de huid en de vacht en dan krijg je grote oppervlakkige wonden. Pas als je het konijn gaat knippen of scheren kom je erachter hoeveel er zijn. Elke zomer gaan hier veel konijnen aan dood.

Alle gewonde dieren

Vogels, katten, honden, alles wat gewond of verzwakt is, kan al snel last hebben van maden. Zeker in de zomermaanden. Een open wond is vaak als eerst besmet maar ook verzwakte dieren, zonder verwondingen kunnen slachtoffers zijn. Bij vogels zie je ze slecht omdat ze tussen de veren zitten. Bij katten en honden etc. zitten ze vaak bij de anus of rond de ogen en mond.

Gezonde dieren

Zelfs gezonde dieren kunnen zomers maden krijgen. Vooral langharige katten en honden. Er hoeft maar een beetje vuil in de vacht te blijven zitten en het is zo ver. Alweer; meestal bij de anus. Gevaarlijk is dat ze soms als lintworm gezien worden.
Als je een dier voor de opvang heb en er is niemand aanwezig, kijk en ruik goed of er een kans is dat hij maden heeft. Indien wel, moet je de piket bellen. Huisdieren en schapen met maden gaan meestal snel naar een dierenarts.

Infectie

Kan heel vies stinken. Denk bijvoorbeeld aan een open gesprongen abces, een verwaarloosde wond, een kat met enkele weken een poot door zijn halsband, kat of hond met mondslijmvlies infectie of kiesholte infectie.

Overtollig tandsteen

Bij katten en honden. Meestal zie je grote brokken tandsteen aan de kiezen. Het tandsteen is heel poreus en zit vol met bacteriën. Veroorzaakt meestal ook tandvlees infectie en losse tanden

Chronisch nierfalen

Ruikt naar ammoniak. Komt meestal bij katten voor maar ook bij honden. Bij sommige oudere dieren werken de nieren minder efficiënt waardoor de afvalstoffen minder goed worden verwijderd uit het bloed. Dit veroorzaakt een ophoping van ureum en creatinine in het bloed wat te ruiken is uit de mond. De slecht functionerende nieren laten ook nuttige stoffen uit het bloed ontsnappen waaronder eiwitten. Door het tekort aan eiwit in het bloed gaat het dier zijn eigen spieren afbreken waardoor je een beeld krijgt van een heel mager dier met een doffe vacht. De spieren worden steeds zwakker waardoor het dier onstabiel loopt van achteren en kan omvallen. Deze dieren worden vaak als verwaarloosd gezien maar dat is meestal niet het geval. Lees hier meer over in je cursusmap.

PARVO

Vieze maar zoete lucht. Besmettelijk ziekte bij honden en is vaak dodelijk. De hond krijgt vieze, stinkende, bloederige diarree. Lees hier meer over in je cursusmap.

Zuurstof

De zuurstofset is opgedeeld in 2 delen; de zuurstof zelf en een beademingsapparaat. Aan het begin van elke dienst hoort de zuurstofkoffer gecontroleerd te worden. Dit doen we om te kijken of er voldoende zuurstof in de fles is, of alles compleet is en als extra controle of de vorige ploeg de flessen dicht achtergelaten heeft. Dit om veiligheidsredenen. Een ophoping van zuurstof in een kleine ruimte kan ontploffingsgevaar opleveren. Op de zuurstoffles zitten 2 kranen met bijbehorend meters. Aan de top van de fles is de hoofdkraan met een drukmeter. Met deze kraan maak je de fles open en dicht. De drukmeter geeft aan hoeveel druk erop staat (hoeveel zuurstof er in de fles zit). Naast de drukmeter is een tweede kraan met een flowmeter. Pas als deze tweede kraan opengedraaid is, komt er zuurstof vrij. De flowmeter geeft aan hoeveel zuurstof vrijkomt en dus hoeveel het dier krijgt.

Aanvang van de dienst

Om de zuurstof te controleren, draai je eerst de hoofdkraan open. Kijk dan hoeveel zuurstof er nog in de fles zit. Bij 50 bar moet je de fles vernieuwen. Draai de hoofdkraan weer dicht. Draai nu de tweede kraan open totdat je zuurstof hoort ontsnappen. Je ziet ook dat de flowmeter aangeeft hoeveel zuurstof eruit komt. Als de flowmeter weer teruggezakt is tot 0 en je hoort er geen gas meer uitkomen, moet je de tweede kraan ook weer dichtdraaien. Controleer of de koffer verder compleet is. Zet alles weer netjes in de koffer.

Beademingsset

De beademingsset wordt gebruikt als een dier niet (meer) ademt. Bijvoorbeeld na verdrinking of bij een pas geboren jong. Eerst wordt alle aanwezige slijm uit de mond en keel gezogen. Vervolgens wordt het dier beademd. Als het dier uit zich zelf begint te ademen moet je stoppen met beademen en kan je overstappen op alleen zuurstof geven. Leg het dier in borst/buik ligging.

  • Mondkapjes in 2 maten
  • Groene kap voor afzuigen
  • Gele kap voor beademen
  • Schuifsysteem voor afzuigen en beademen in 4 maten

Gebruiksaanwijzing is op de kokers geprint. Kies een maat koker die geschikt is voor het dier en lees op de zijkant hoe snel je moet beademen.

Zuurstof Toedienen

Zuurstof mag toegediend worden bij:

  • Ademhalingsproblemen door verstikking
  • Bij iedere trauma patiënt

Voor alle dieren is het voldoende om de flowmeter in te stellen op 5 liter. Leg het dier in borst/buik ligging. Als het dier er zeer slecht aan toe is, kan je gebruik maken van het mondkapje. Veel dieren vinden het mondkapje heel eng en raken in paniek als je het over hun snuit plaatst. Dan is het beter om alleen de slang voor de neus te leggen zodat ze zuurstof meekrijgen met de ingeademde lucht.