Nestjong

Nestjong, of nestvlieder?​

Jonge vogels leren pas echt vliegen als ze uit het nest gaan. Vanaf dat moment moeten ze oefenen, oefenen en nog eens oefenen totdat ze het onder de knie hebben; dat duurt vaak enkele dagen. In deze periode en ook erna worden de jonge vogels gewoon nog gevoerd en in de gaten gehouden door de ouders.

Jonge vogels zijn lastig op leeftijd te schatten; is het een nestjong of een nestvlieder? De eerste vraag die wij dan ook stellen aan de vinder is of de vogel volledig in de veren zit; een nestvlieder heeft al een vrij volgroeid verenpak. Maar dit is maar één van de factoren die bepalend zijn. Het vereist de nodige ervaring en kennis om te kunnen inschatten of het verstandig is een jonge vogel mee te nemen of om ‘m te laten zitten. Een weekje verschil betekent al of de vogel er klaar voor is om het nest te verlaten, of niet. En omdat het geen zin heeft een nestvlieder terug te zetten in het nest (vanwege de natuurlijke drang om het nest te verlaten), vragen wij bij twijfel altijd contact met ons op te nemen.

De meest kwetsbare soorten zijn vooral de kleinere vogelsoorten zoals alle meessoorten, roodborstjes, vinkjes enz. (uitzondering hierop zijn jonge mussen; die zijn relatief sterk). Jonge vogels van deze soorten krijgen we in het voorjaar veel binnen en ze zijn zelfs voor ons moeilijk groot te brengen; vaak overlijden deze vogeltjes binnen 24 uur. De hoofdreden daarvan is de stress van het vastpakken en ophalen. Om de jonge vogeltjes de grootste overlevingskans te geven kunnen ze het best bij de ouders blijven.

Waar op letten?

Het grote verschil is de manier waarop de vogel op de grond zit. Als het een nestvlieder is, zijn ze levendig en ondernemend en hippen ze in het rond. Ze roepen vaak naar hun ouders en fladderen ongecontroleerd korte afstanden. Een nestjong dat al in de veren zit, zit bol en staat nog niet lang recht op hun pootjes (ze zakken sneller door hun pootjes). Ze kunnen soms wel wat hippen. Sommige zullen bij naderende handen automatisch hun bekjes open doen om te bedelen voor voedsel. Op onderstaande foto’s is het verschil te zien.

  • Koolmeesje (foto 1: nestjong, foto 2: nestvlieder)
  • Zanglijster (foto 3: nestjong, foto 4: nestvlieder)
  • Ekster (foto 5: nestjong, foto 6: nestvlieder)

Wanneer kunt u het best het Centrum voor Dierenhulpverlening bellen?

  • Als u twijfelt
  • Als het vogeltje nog jonger is dan wordt getoond op bovenstaande foto’s
  • Als het vogeltje ziek of gewond is (zieke of gewonde vogels zitten ook vaak bol)
  • Als het vogeltje sterk vermagerd is (hangende vleugeltjes, bol zitten en dof / lusteloos uiterlijk)
  • Als u zeker weet dat de ouders zijn overleden

Probeer nooit het vogeltje zelf groot te brengen; niet alleen is dit bij wet verboden, ook voor het vogeltje is het belangrijk het juiste voedsel te krijgen en groot te worden tussen soortgenoten. Als een dier zich alleen richt op mensen, dan is dat geen natuurlijk gedrag; de overlevingskansen in het wild / bij soortgenoten zijn dan vrijwel nihil.

Wat kunt u wel zelf doen?

  • Neem zo snel mogelijk contact op met het Centrum voor Dierenhulpverlening (0182 – 52 90 59). Jonge vogels moeten namelijk elk uur gevoerd worden, anders overleven ze het niet.
  • Kale of verzwakte vogels kunnen zichzelf niet op temperatuur houden; als ze teveel afkoelen wordt de overlevingskans steeds kleiner. Houdt het vogeltje dus warm. Maak bijvoorbeeld van een handdoek een nestje en gebruik een warmwaterkruik.
  • Geef het vogeltje NOOIT water! (voedsel alleen na overleg met de vogelopvang)
  • Zet het vogeltje in een doos op een rustige plek. Jonge vogels zijn erg gevoelig voor stress!
  • Jonge watervogels NOOIT in een bakje water zetten. Omdat hun verenpak nog niet goed ontwikkeld is raken ze snel doorweekt en onderkoeld met de dood tot gevolg.

Als u het Centrum voor Dierenhulpverlening gebeld heeft, zullen wij u soms adviseren het vogeltje terug te zetten. Probeer dit dan op een wat veiliger plek, dicht bij de plek waar u het heeft opgepakt (bijvoorbeeld op het dak van een schuur). U hoeft niet bang te zijn dat het vogeltje niet meer geaccepteerd word door de ouders nadat u het heeft aangeraakt; in tegenstelling tot zoogdieren reageren vogels niet op mensengeur.

Met enige regelmaat worden wij gebeld door verontruste vogelliefhebbers die ons verzoeken vogeltjes op te halen omdat er veel katten in de buurt zijn. Dit is heel begrijpelijk. Het aantal katten in stedelijk gebied is in verhouding vrij hoog, waardoor er inderdaad veel slachtoffers vallen. Maar het is voor ons onmogelijk om ALLE jonge vogels die het nest verlaten bij ons in de vogelopvang op te nemen. Daarbij mogen ook wij, als een dier gezond is, het niet uit de natuur halen.

 

Jonge uilen, takkelingen

Jonge uilen worden vaak binnengebracht omdat men denkt dat ze uit het nest zijn gevallen. Dit is meestal niet het geval en dus zullen wij proberen het uiltje terug te zetten waar het is gevonden. Jonge uilen klimmen namelijk zelf in en uit de boom. Hun ouders blijven ze echter goed in de gaten houden en voeren. Laat het uilskuiken dus gewoon zitten; het zal zelfstandig de boom weer inklimmen (foto 7). Vindt u een uilskuiken dat té jong is (foto 8) of gewond, neem dan contact op met het Centrum voor Dierenhulpverlening (0182 – 52 90 59).

Jonge gierzwaluwen

Gierzwaluwen broeden graag tussen kieren en spleten en het liefst onder dakpannen van onze huizen. Ieder jaar keren ze terug naar hun eigen nest om hier te paren en te broeden, hun jongen groot te brengen en dan begin augustus weer naar Afrika terug te keren.

In voorjaar en zomer (vaak door hitte) komt het voor dat jonge gierzwaluwen uit hun nest vallen. Eenmaal op de grond zijn ze ten dode opgeschreven. Door de stand en vorm van de voetjes zijn ze niet in staat om rond te hippen of lopen, zoals de meeste vogels doen. Ze zijn dus niet in staat om op te stijgen vanaf de grond (hooguit een enkel volwassen exemplaar lukt het soms). Vindt u een gierzwaluw op de grond, neem dan zo snel mogelijk contact met het Centrum voor Dierenhulpverlening (0182 – 52 90 59).