Dier in nood? Bel ons op: 0182-529059

ALGEMEEN

Werkgebied Incident management Wat te doen bij.. Katten Ziektes Checklist auto Werkgebied

Ons werkgebied omvat 4 gemeenten van Midden-Holland

Gemeente Gouda:
Gouda, Stolwijkersluis.

Gemeente Krimpenerwaard:
Achterbroek, Ammerstol, Benedenberg, Bergambacht, Bergstoep, Berkenwoude, Bouwlust, Bovenberg, Bovenstad, De Hoek, Zuidbroek, Krimpen a/d Lek, Lekkerkerk, Opperduit, Tiendweg west, Gouderak, IJssellaan, Lageweg, Oude Land, Ouderkerk a/d IJssel, Schoonhoven, Beneden Haastrecht, Benedenheul, Boven Haastrecht, Haastrecht, Koolwijk, Rozendaal, Stolwijk, Vlist.

Gemeente Waddinxveen:
Middelburg, Noordeinde, Waddinxveen.

Gemeente Zuidplas:
Moordrecht, Nieuwerkerk a/d IJssel, ‘s Gravenweg, Moerkapelle, Oud Verlaat, Zevenhuizen.

 

Door een wijziging in de contracten met de gemeenten rijden wij niet meer in Bodegraven-Reeuwijk en Boskoop

Dierenhulpverlening in gemeente Bodegraven-Reeuwijk wordt verzorgd door Stichting Dierenhulpverlening Woerden (tel. 0348 – 41 42 42, van 8:00 tot 19:00, daarbuiten alleen voor spoedgevallen).
Dierenhulpverlening in gemeente Alphen aan den Rijn (Boskoop) wordt verzorgd door Dierenambulance Alphen aan den Rijn en omstreken (tel. 0900 – 112 00 00).

Donateurs en andere belanghebbenden uit deze gemeenten kunnen, voor particulier vervoer, nog wel van onze diensten gebruik blijven maken. Incident management

PRAKTIJKRICHTLIJN

Hulpverlening door dierenambulances op het hoofdwegennet


Inleiding

Deze praktijkrichtlijn is opgesteld om medewerkers van de Dierenambulance een handreiking te bieden bij het op een verantwoorde wijze toepassen van de regelgeving inzake het werken op het hoofdwegennet. Daarnaast geeft deze richtlijn helderheid over de wijze waarop medewerkers van de Dierenambulance gebruik maken van de optische signalen (zwaailampen en frontflitsers) op het voertuig. Voor alle inzetten van dierenambulances op het hoofdwegennet geldt het basisprincipe:
Werk alleen ter plaatse als de omstandigheden dit toelaten!
Voor de bestuurder van het dierenambulancevoertuig is de inhoud verplichtend en dus dient men in overeenstemming daarmee te handelen. Daar waar de inzet van en dierenambulance tot een verkeersonveilige situatie kan leiden, kan Rijkswaterstaat van inzet afzien dan wel de inzet uitstellen of voorwaarden verbinden aan de inzet.
Er is altijd vooraf afstemming over het incident met de verkeerscentrale.


Stilstaan op de rij- en vluchtstrook

Rijkswaterstaat verleent dierenambulances tijdelijk een ontheffing voor het stilstaan op de rij- en vluchtstrook op het hoofdwegennet. Deze ontheffing geldt alleen onder bepaalde voorwaarden en geldt uitsluitend voor leden van Federatie Dierenambulance Nederland (FDN) en Dierenbescherming (DB).


Rijden over de vluchtstrook

Daarnaast mag de dierenambulance onder begeleiding van een weginspecteur of politie, dan wel alleen na de bovengenoemde afstemming met een verkeerscentrale zelfstandig, over de vluchtstrook naar het incident rijden. Op de vluchtstrook mag niet harder worden gereden dan 50 km/u. Het verschil in snelheid met het overige verkeer is maximaal 20 km/u. Ontheffingen worden separaat afgegeven: de praktijkrichtlijn geldt zelf niet als ontheffing.


Plaatsen van het ambulancevoertuig

Rijstrooknummering

Een rijbaan bestaat uit één of meer rijstroken. In de rijrichting worden deze rijstroken genummerd van de middenberm naar de buitenberm. De rijstrook naast de middenberm is rijstrook 1, de rijstrook rechts daarvan is rijstrook 2, de rijstrook rechts daarvan is rijstrook 3, etc. De rijstrooknummers staan soms op de panelen van de verkeerssignalering.

Figuur 1: rijstrooknummering

Vluchtstrook

De dierenambulance gaat op het hoofdwegennet alleen ter plaatse als de incidentlocatie wordt beveiligd door een hulpdienst. Het voertuig van de dierenambulance wordt ca. 10 tot 15 meter voorbij de incidentlocatie op de vluchtstrook geplaatst.
De dierenambulance mag op het hoofdwegennet alleen onder begeleiding van Rijkswaterstaat of een andere hulpdienst stilstaan op een vluchtstrook (éénzijdig- en tweezijdig aanrijdgevaar)

Figuur 2: plaats dierenambulance op vluchtstrook met beveiliging hulpdienst

Rijstroken met éénzijdig aanrijdgevaar

Wegen met éénzijdig aanrijdgevaar zijn wegen waarbij het elkaar tegemoetkomende verkeer gescheiden is door bijvoorbeeld een (brede) berm of geleiderail. Snelwegen zijn wegen met éénzijdig aanrijdgevaar. De ruimte tussen een beveiligingsvoertuig in fend-off en het incident is bedoeld als veiligheidsruimte en is dus niet bedoeld voor het parkeren van voertuigen van de IM hulpdiensten. Dit geldt ook voor de dierenambulance. Alleen als er sprake is een incident waarbij louter en alleen zorg aan dieren moet worden gegeven plaatst de dierenambulance het voertuig binnen 10 meter voorbij het incident. Het is de bedoeling dat de vluchtstrook vrij blijft voor de aan- en afvoer van de IM-hulpverleners. Wanneer er sprake is van een incident waarbij overige hulpverleners rondom de incidentlocatie werkzaam zijn wordt de dierenambulance, in lijn met het incident, 25 meter voorbij het incident geparkeerd.

Figuur 3: plaats dierenambulance op rijstrook met éénzijdig aanrijdgevaar

Rijstroken met tweezijdig aanrijdgevaar

Wegen met tweezijdig aanrijdgevaar zijn wegen met elkaar tegemoetkomend verkeer dat niet fysiek van elkaar gescheiden is. Op deze wegen komt bij incidenten het gevaar letterlijk van twee kanten. Ook op rijstroken met tweezijdig aanrijdgevaar geldt voor alle IM-hulpverleners: houd aan- en afvoerroutes vrij. Voor het vrijhouden van aan- en afvoerroutes is het belangrijk dat de hulpverleningsvoertuigen elkaar niet in de weg staan. Alleen als er sprake is een incident waarbij louter en alleen zorg aan dieren moet worden gegeven plaatst de dierenambulance het voertuig binnen 10 meter vóór of voorbij het incident. Wanneer er sprake is van een incident waarbij overige hulpverleners rondom de incidentlocatie werkzaam zijn wordt de dierenambulance, ongeacht van welke kant men aanrijdt, aan de linkerkant van de weg 25 meter vóór het incident geparkeerd. Bovendien worden hulpverleningsvoertuigen nooit naast elkaar opgesteld.
De dierenambulance mag op het hoofdwegennet alleen onder begeleiding van Rijkswaterstaat of een andere hulpdienst stilstaan op een rijstrook (éénzijdig- en tweezijdig aanrijdgevaar)

Figuur 4: plaats dierenambulance op rijstrook met tweezijdig aanrijdgevaar

Verlichting bij het rijden op de vluchtstrook

Gebruik bij het oprijden en het verlaten van de vluchtstrook kort het gele zwaailicht. Ook bij het rijden over de vluchtstrook langs een file moet het zwaailicht aanstaan. Aanvullend moeten ook frontflitsers worden aangezet.


Verlichting bij het bereiken van de incidentlocatie op de rijstrook

Gebruik bij het oprijden en het verlaten van de incidentlocatie kort het gele zwaailicht.


Verlichting tijdens het verlenen van hulp

Tijdens de hulpverlening op de rij- en vluchtstrook wordt uitsluitend de alternerende verlichting gebruikt. Alternerende verlichting is paarsgewijs knipperende, naar achteren gerichte gele verlichting op een voertuig. Als door omstandigheden alternerende verlichting niet voldoende is, kan het noodzakelijk zijn het zwaailicht erbij te gebruiken (bijvoorbeeld bij laagstaande zon, mist, zware regenval, in of na een bocht). Frontflitsers zijn in dit geval verboden. Te veel verlichting leidt het verkeer af, waardoor kijkersfiles en ongevallen kunnen ontstaan.
Tijdens stilstaan op de rijstrook of vluchtstrook geldt:

  • zwaailicht UIT
  • frontflitsers UIT
  • alternerende- of knipperlichten AAN

tenzij er omstandigheden zijn die het gebruik van het zwaailicht noodzakelijk maken.


Voorwaarden vluchtstrookgebruik

In de periode van 1 januari 2017 tot 1 oktober 2018 mogen dierenambulancevoertuigen bij wijze van proef gebruikmaken van de vluchtstrook bij een file. Er geldt daarvoor wel een aantal voorwaarden. Dierenambulancediensten die bij het verlenen van hulpverlening bij een file gebruik moeten maken van de vluchtstrook op het hoofdwegennet moeten voldoen aan de eisen van de beschikking Rijkswaterstaat geldend op de datum van afgifte. De belangrijkste staan in dit hoofdstuk.


Eisen dierenambulancevoertuig

Het dierenambulancevoertuig moet minimaal zijn voorzien van:

  • Een geel zwaailicht bovenop het voertuig dat aan alle kanten goed zichtbaar is.

Het dierenambulancevoertuig beschikt verder bij voorkeur over de volgende eigenschappen:

  • Geel / groen retro-reflecterend materiaal in combinatie met wit niet-retro-reflecterend materiaal op de achterzijde van het voertuig. De dierenambulance moet zodanig zijn uitgevoerd dat bij hulpverlening de achterdeuren of achterklep gesloten kan blijven en hooguit kortstondig geopend hoeven te worden. In verband met de mogelijkheid om de deuren of de klep te openen is het verstandig om de portieren ook aan de binnenkant te voorzien van retro-reflecterend materiaal.
  • Alternerende verlichting aan de achterkant van het voertuig. Alternerende verlichting is paarsgewijs knipperende, naar achteren gerichte verlichting op het voertuig (in totaal vier lampen) die afwisselend boven en beneden brandt.
Figuur 5: voorkeursuitvoering achterzijde dierenambulance

Eisen dierenambulancemedewerker

De dierenambulancemedewerker moet zijn getraind in het veilig werken langs de auto-(snel)weg
De dierenambulancemedewerker draagt oranje veiligheidskleding dat voldoet aan NEN-EN-ISO 20471, veiligheidsklasse 3. Het vest moet retro-reflecterende banden hebben en moet voorzien zijn van een CE-label. Deze kleding moet schoon zijn en gesloten worden gedragen.

Figuur 6: veiligheidsvest

Reflecterend oppervlak

Het reflecterend oppervlak van de kleding bepaalt of aan NEN-EN-ISO 20471 wordt voldaan. Aan de binnenzijde van de jas of het vest moet het volgende label zijn bevestigd. Hierbij is het van belang dat het cijfer 3 naast de afbeelding staat; dit toont de juiste veiligheidsklasse aan.

Figuur 7: afbeelding in veiligheidskleding

Verantwoordelijkheid van de dierenambulanceorganisaties

De Arbowetgeving stelt de werkgever verantwoordelijk voor goede voorlichting en instructie aan zijn personeel. Voor een vereniging of stichting geldt het bestuur als werkgever. Goede voorlichting en instructie beperken de risico’s voor zowel de dierenambulancemedewerkers als voor de andere weggebruikers. Training en oefening dragen ertoe bij dat veilig werken bij de dierenambulancemedewerkers ‘tussen de oren’ komt te zitten. Rijkswaterstaat leidt trainers van dierenambulancediensten op tot trainer (het ‘train de trainer’-programma; deze trainers zorgen voor de opleiding van individuele dierenambulancemedewerkers).


Pilotgebieden

Nederland is verdeeld in veiligheidsregio’s (VR). De dierenambulanceorganisaties richten zich naar een indeling overeenkomstig deze bestaande veiligheidsregio’s. Hiermee is de geografische indeling voor de Verkeerscentrales (VC) inzichtelijk. Per veiligheidsregio is 1 dierenambulanceafdeling (ADA= aannemende dierenambulance) inspanningsverplicht om de hele regio te bedienen met hulp van de andere dierenambulances in deze regio. Als dat niet mogelijk is wordt er niet uitgerukt. De Verkeerscentrale communiceert met de ADA.

Huidige regio’s

1.Noord- en Oost Gelderland055-5068640
 OverGelder (ADA) 
 Doetinchem 
2.Gelderland Midden026-3649111
 Arnhem (ADA) 
 Nijkerk 
3.Gelderland Zuid0344-627071
 Tiel (ADA) 
 Nijmegen 
4.Zaanstreek- Waterland0299-432338
 Purmerend (ADA) 
 Zaandam 
5.Kennemerland0251-215454
 Heemskerk (ADA) 
 Velsen 
 Dierenbescherming Haarlem 
6.Haaglanden070-3282828
 Den Haag (ADA) 
7.Holland Midden0182-529059
 Gouda (ADA) 
 Alphen a/d Rijn 
 Leiden 
8.Rotterdam Rijnmond0900-1120000
 Rijnmond (ADA) 
 Hoeksche Waard 
9.Brabant Zuid Oost0900-1120000
 Eindhoven (ADA) 



Begrenzingen van veiligheidsregio’s zijn online zichtbaar via http://pdokviewer.pdok.nl/.
Selecteer hiervoor de onderstaande kaartlagen:

Let op: voor het zichtbaar maken van de Hectopunten dient voldoende in de kaart te zijn ingezoomd. Hectopunten zijn op deze kaarten niet voorzien van een punt of komma. Bijvoorbeeld: Hectopunten 100 en 552 moeten worden gelezen als 10,0 en 55,2. De kaartlaag “NWB Wegen – Wegvakken” geeft de wegbeheerder per weg aan.


Contact met verkeerscentrales

Als de dierenambulance niet door de verkeerscentrale ter plaatse van een locatie op het hoofdwegennet wordt gevraagd, neemt de dierenambulance contact op met de Regionale verkeerscentrale voor de betreffende regio.

Figuur 8: overzicht verkeerscentrales Rijkswaterstaat

Processchema

Voor het verlenen van dienstverlening op auto(snel)wegen door dierenambulances wordt tot en met 1 oktober 2018 een proef gehouden. De betrokken partijen zijn verplicht om tijdens de proef een procedure te volgen, om veilig werken langs de weg mogelijk te maken. Er bestaan binnen de afspraken twee processen: één voor melding vanuit RWS en één voor melding vanuit de DA.


Lijst van afkortingen

AfkortingBetekenis
ADAAannemende dierenambulance
DADierenambulance
DBDierenbescherming
FDNFederatie Dierenambulances Nederland
PDOKPublieke Dienstverlening op de Kaart
RWSRijkswaterstaat
VCVerkeerscentrale
VRVeiligheidsregio
Wat te doen bij..

Hieronder worden een aantal situaties en hun prioriteit genoemd. Dit wil zeggen dat de ritten eerst afgehandeld worden in volgorde van prioriteit (1=hoogste) en daarna in volgorde van binnenkomst. Indien een bepaalde situatie niet omschreven is probeer deze af te leiden uit de wel omschreven situaties.

  1. gewond of acuut ziek* (bijrijder dient altijd bij een gewond of ziek dier te blijven)
  2. zwerfdier niet veiliggesteld
  3. dood dier niet veiliggesteld
  4. afspraken
  5. zwerfdier veiliggesteld
  6. dood dier veiliggesteld

Locatie vragen

Noteer hierbij zoveel mogelijk gegevens wegnamen en nummers, huisnummers of kilometerpaaltjes. Bijzondere kenmerken zoals molens en torens. Indien mogelijk dat melder aanwezig blijft tot de auto er is. Als er sprake is van een gevaarlijke situatie, overleg dan met de ploeg op de auto of er politie cq brandweer hulp nodig is.

Melder

Noteer altijd:
  • naam
  • adres
  • telefoonnummer

Afhandeling van prioriteit “5 zwerfdier veiliggesteld” mag enigszins vertraagd worden. Vooral bij honden meldt zich dan vaak tussentijds de eigenaar.

Blijf te allen tijde rustig en kalmeer de melder indien nodig.

Onder veiliggesteld wordt verstaan

Bij zwerfdieren: aangelijnd dan wel opgesloten.
Bij dode dieren: aan de kant gelegd dan wel in huis, schuur, doos of zak.

Opvang

Indien er in de opvang niemand meer aanwezig is, altijd de piketdienst van de opvang waarschuwen. Wie dit is en welk telefoonnummer daarvoor gebruikt moet worden staat op het rooster.

* hieronder vallen ook de te water geraakte dieren die normaliter niet in het water thuishoren.

Katten
ProbleemActiePrio
gewond of acuut ziekVragen waarom men denkt dat dier ziek is, dan gegevens melder opnemen en wagen sturen➜ 1
 Melder vragen, indien mogelijk, handdoek o.i.d. over dier te leggen 
 Is het bij de eigenaar thuis, vragen wie hun dierenarts is. 
 Deze dierenarts of de dichtstbijzijnde beschikbare dierenarts vragen of we langs kunnen komen met het dier. 
doodGegevens melder opnemen en lokatie vragen. 
 Indien het dier midden op de weg ligt dan vragen of het aan de kant gelegd kan worden. Kan dit niet, dan➜ 3
 Kan dit wel, dan➜ 6
 Is het dier bij de eigenaar, dan➜ 6
 Gegevens doormailen aan Amivedi, Dier Retour en Dierencentrale (ritnummer, datum, vindplaats, beschrijving van de kat indien mogelijk) 
 Is eigenaar bekend, dan vragen wat er met het dier moet gebeuren: 
 ● crematie: voor prijzen zie crematieformulier van HHC/SHCN 
 ● begraven: eigenaar moet dierenbegraafplaats Zevenhoven zelf bellen 
 ● destructie: €5,25 voor een dier tot 5kg en €10,25 voor een dier zwaarder dan 5kg. 
 Dode katten zonder eigenaar worden 2 weken in de vriezer bewaard 
gevonden / zwerfkattenGegevens melder opnemen en lokatie vragen. 
 Op een gevaarlijke plek (bv tankstation langs snelweg), dan➜ 2
 Bij woonhuizen: vragen hoe lang het dier er loopt (er wordt pas gesproken over zwerfdieren als het dier er enige dagen verblijft zonder eten). 
 Heeft men in de buurt al nagevraag gedaan en het dier als gevonden aangemeld bij het dierentehuis / dierenbescherming? 
 Als alles doorlopen is en het dier is opgesloten dan➜ 5
 Indien ziek of gewond, direct ophalen en naar dichtstbijzijnde dierenarts, anders doorverwijzen naar Dierentehuis Midden-Holland. 
 Betreft het kittens van 12 weken of jonger, dan doorverwijzen naar Werkgroep Zwerfkat (WZG). 
verwilderdGegevens melder opnemen en lokatie vragen. 
 Doorverwijzen naar de Werkgroep Zwerfkat Gouda➜ 5
in boomGegevens melder opnemen en lokatie vragen. 
 Rustig afwachten meestal gaat de kat ‘s nachts er weer uit 
 Melder de volgende ochtend opnieuw laten kijken en dan pas wagen sturen➜ 5
Katten uit de gemeenten Ouderkerk en Nederlek moeten naar de opvang in Krimpen a/d Lek
 
Honden
ProbleemActiePrio
gewond of acuut ziekMelder vragen, indien mogelijk, handdoek o.i.d. over dier te leggen➜ 1
 Is het bij de eigenaar thuis, vragen wie hun dierenarts is. 
 Deze dierenarts of de dichtstbijzijnde beschikbare dierenarts vragen of we langs kunnen komen met het dier. 
doodGegevens melder opnemen en lokatie vragen. 
 Indien het dier midden op de weg ligt dan vragen of het aan de kant gelegd kan worden. Kan dit niet, dan➜ 3
 Kan dit wel, dan➜ 6
 Is het dier bij de eigenaar, dan➜ 6
 Gegevens doormailen aan Amivedi, Dier Retour en Dierencentrale (ritnummer, datum, vindplaats, beschrijving van de kat indien mogelijk) 
 Is eigenaar bekend, dan vragen wat er met het dier moet gebeuren: 
 ● crematie: voor prijzen zie crematieformulier van HHC/SHCN 
 ● begraven: eigenaar moet dierenbegraafplaats Zevenhoven zelf bellen 
 ● destructie: €5,25 voor een dier tot 5kg en €10,25 voor een dier zwaarder dan 5kg. 
gevondenGegevens melder opnemen en lokatie vragen. 
 Indien het dier losloopt op een gevaarlijke plek en niet aangelijnd kan worden, bv bij een drukke (snel)weg of spoorweg➜ 2
 Bij woonhuizen: men moet het dier aan lijnen of insluiten en in de buurt vragen of men weet waar de hond thuishoort 
 Indien geen aanwijzingen dan ophalen➜ 5
gevaarlijke dierengegevens melder opnemen en lokatie vragen.➜ 2
 wagen sturen – indien dienstdoende ploeg het probleem niet kan oplossen Bam waarschuwen. 
 
Huisvogels
ProbleemActiePrio
gewond of acuut ziekgegevens melder opnemen en lokatie vragen. 
 melder vragen vogel in doos te zetten dan wagen sturen➜ 1
 Is het bij de eigenaar thuis, vragen wie hun dierenarts is. 
 Deze dierenarts of de dichtstbijzijnde beschikbare dierenarts vragen of we langs kunnen komen met het dier. 
doodGegevens melder opnemen en lokatie vragen. 
 Indien het dier midden op de weg ligt dan vragen of het aan de kant gelegd kan worden. Kan dit niet, dan➜ 3
 Kan dit wel, dan➜ 6
 Is het dier bij de eigenaar, dan➜ 6
gevondenGegevens melder opnemen en lokatie vragen. 
 de melder eerst het dier in een doos laten zetten daarna pas wagen sturen➜ 5
 
Wilde vogels
ProbleemActiePrio
gewond of acuut ziekgegevens melder opnemen en lokatie vragen. 
 melder vragen vogel in doos te zetten dan wagen sturen➜ 1
 uitzonderingen hierop kunnen zijn grote vogels zoals bv zwanen, deze hoeven niet in een doos 
doodGegevens melder opnemen en lokatie vragen. 
 Indien het dier midden op de weg ligt dan vragen of het aan de kant gelegd kan worden. Kan dit niet, dan➜ 3
 Kan dit wel, dan➜ 6
 
Vleermuizen
ProbleemActiePrio
levendgegevens melder opnemen en lokatie vragen. 
 indien geen contact geweest met mens of dier en de vleermuis hangt normaal aan de muur o.i.d. ‘s avonds raam of deur open laten zetten. 
 zijn de mensen bang dan ophalen – zorg ervoor dat er geen contact komt➜ 2
gewondgegevens melder opnemen en lokatie vragen. 
 altijd ophalen en opvang inlichten.➜ 1
doodgegevens melder opnemen en lokatie vragen. 
 altijd ophalen en opvang inlichten.➜ 3
 vragen of er mogelijk contact geweest is – zo niet zorg ervoor dat er geen contact komt 
 
Ringslangen
ProbleemActiePrio
normaalgegevens melder opnemen en lokatie vragen. 
 melder er op wijzen dat ze hier thuis horen en beschermd zijn – indien mogelijk met rust laten anders herlokaliseren➜ 2
verdachtlokatie vragen ophalen en opvang inlichten.➜ 2
 
Egels
ProbleemActiePrio
gewond of sloomgegevens melder opnemen, lokatie vragen en ophalen.➜ 1
overdag actiefgegevens melder opnemen, lokatie vragen en ophalen.➜ 2
bij twijfelgegevens melder opnemen, lokatie vragen en ophalen.➜ 5
 
Alle andere
ProbleemActiePrio
bij twijfelgegevens melder opnemen, lokatie vragen en ophalen.➜ 1 / 2 / 5

 

Katten

Protocol katten noodopvang CvD

Af en toe is het noodzakelijk dat een kat tijdelijk opgevangen moet worden bij het Centrum voor Dierenhulpverlening, of zelfs overnachten. Hiervoor worden de twee hokken in de garage gebruikt. De verzorging van de kat(ten), het tussentijds schoonhouden van de hokken en de eindschoonmaak van de hokken valt onder verantwoordelijkheid van de autoploegen.

Elke kat dient het volgende te krijgen:

  • Kleedje / handdoek
  • Kattenbak met korrels
  • Voer (brokjes)
  • Vers water

Aan het begin van elke dienst controleert de autoploeg of alles nog in orde is met de kat (of dat de hokken klaar zijn voor gebruik). Indien noodzakelijk dient de kattenbak verschoond te worden. Ook moet er gecontroleerd worden of er nog vers water en eten staat.

Voor de duidelijkheid: de autoploeg die de kat weghaalt hoort het hok netjes schoon achter te laten!

Schoonmaakprotocol

  • Kattenbak leeggooien in de vuilniscontainer.
  • Kattenbak en etensbakken schoonboenen met groene zeep, schoonspoelen met leidingwater en in de ontsmetting zetten. Minstens 10 min. in de ontsmetting laten staan. Daarna weer afspoelen met leidingwater en laten drogen.
  • Kleedje / handdoek uit het hok in de wasmand doen.
  • Met een emmer sop het hele hok schoonboenen. Daarna afspoelen met schoon water en vervolgens insoppen met desinfecteermiddel.
  • Hok laten drogen voordat het opnieuw ingericht wordt.

Stroomdiagram katten – kittens

Ziektes

Botulisme (Clostridium botulinum)

Botulisme is een vorm van voedselvergiftiging die vooral in de zomer slachtoffers maakt onder watervogels en vissen. De bacterie Clostridium botulinum produceert de gifstof botuline. Er zijn zeven verschillende typen botuline waaronder enkele die gevaarlijk zijn voor de mens.

De ziekte verspreidt zich door:

  • Dode en besmette vogels/vissen
  • Hoge temperaturen
  • Lage temperaturen

 

Symptomen

  • Traagheid
  • Het niet kunnen lopen en/of vliegen van kleine stukjes
  • Kop hangt in het water
  • Vleugels hangen
  • Diep in het water liggen

 

Kunnen mensen ook ziek worden?

Botulisme bij mensen is zeer zeldzaam. De symptomen in eerste instantie zijn: misselijkheid, overgeven, moeheid, duizeligheid, droge mond en buikklachten. Daarna dubbel of wazig zien, slecht verdragen van licht, moeite met spreken en slappe arm- en beenspieren. Waarschuw een huisarts als u deze symptomen waarneemt. Het genezingsproces bij mensen duurt erg lang.


Het Geel (Trichomonas gallinae)

Het geel is een zeer besmettelijke aandoening die vaak voorkomt bij duiven, deze wordt veroorzaakt door een eencellige parasiet. Het geel openbaart zich in de keel, de krop en de slokdarm en opent hierdoor een toegangsweg voor vele andere ziekten.

De ziekte verspreidt zich door:

  • Direct contact met besmette duiven
  • Het drinken van besmet gemeenschappelijk water
  • Het azen van jonge duiven

 

Symptomen

  • Slechte vliegprestaties
  • Een verstoorde spijsvertering (slappe mest)
  • Ademhalingsproblemen
  • Gele stippen of beleg in de bek
  • Groeivertraging en conditieverlies

 

Belangrijk!

Besmette of verdachte duiven mogen NIET direct de opvang in. Altijd eerst overleg met de medewerkers van de opvang!


Madenziekte (Myiasis)

In de warme maanden van het jaar bestaat er een groot gevaar, namelijk vliegen. De aangekoekte keutels zorgen dat de huid gaat ontsteken; vliegen worden aangetrokken door de geur. Ze leggen eitjes op de poep of op de huid die ontstoken is. Uit deze eitjes ontstaan maden; je ziet deze maden vaak in diverse groottes.

De ziekte verspreidt zich door:

  • Vliegen
  • Slechte hygiëne
  • Dunne mest

 

Symptomen

  • Ontstoken huid; rood, vies
  • Vieze wol (schapen)
  • Lusteloosheid
  • Onrust
  • Krabben

Myxomatose

Myxomatose is een zeer besmettelijke ziekte die wordt verspreid door een virus. In de meeste gevallen leidt een bijkomende longinfectie tot de uiteindelijke dood van het besmette konijn. Konijnen kunnen ingeënt worden tegen dit virus. Entingen werken 6 maanden en moeten daarna herhaald worden. Myxomatose is door mensen ontworpen om de konijnenpopulatie in Australië tegen te gaan.

De ziekte verspreidt zich door:

  • Vliegen, vlooien, mijten en andere besmette konijnen

 

Symptomen

  • Natte/opgezwollen ogen
  • Vieze neus
  • Knobbels op de huid
  • Geen eetlust
  • Koorts
  • Vermagering

 

Belangrijk!

Besmette of verdachte konijnen mogen NIET direct de opvang in. Altijd eerst overleg met de medewerkers van de opvang!

Draaihals (Paramyxo)

Paramyxo is de meest verspreide virusinfectie bij de duiven. Vooral de duiven in de rui, alsook uitgeputte en late jongen zijn gevoeliger. Niet of slecht gevaccineerde duiven lopen steeds een groot risico. De gemiddelde duur van deze aandoening bedraagt 1 tot 3 maanden. Na genezing zijn goede vluchtprestaties nog perfect mogelijk. Sommige duiven vertonen echter blijvende letsels zoals draainek of waterige ontlasting.

De ziekte verspreidt zich door:

  • Niet-geënte duiven

Symptomen

  • Overmatig drinken
  • Waterige mest
  • Typische draainek
  • Schrikreacties
  • Evenwichtsverlies
  • Naast het voer pikken

Belangrijk!

Besmette of verdachte duiven mogen NIET direct de opvang in. Altijd eerst overleg met de medewerkers van de opvang!


Parvo

Parvo is een zeer besmettelijke ziekte die sinds de jaren 80 bij honden voorkomt. De veroorzaker van deze ziekte is een virus. Honden van alle leeftijden zijn gevoelig voor dit virus, wel komt er vaker voor bij jonge honden (tot 1 jaar) en niet gevaccineerde honden.

De ziekte verspreidt zich door:

  • Ontlasting via besmette honden
  • Direct contact met besmette honden
  • Indirect contact; bijvoorbeeld als u in contact bent geweest met een besmette hond

Symptomen

  • Lusteloosheid
  • Niet willen eten
  • Braken (bloed bij het braken)
  • Diarree vaak waterig, bloederig en stinkt vreselijk (binnen 24 uur na de besmetting)
  • Uitdroging (door braken en diarree)

Belangrijk!

Bij verdachte of besmette honden altijd de dierenarts bellen!


Pokken

Het pokken virus wordt overgebracht door de duiven onderling. Maar niet alleen kunnen de duiven elkaar besmetten maar het kan gebeuren dat de besmetting door parasieten zoals muggen overgebracht wordt, die kleine wondjes maken.
Na de besmetting treden na 4 a 14 dagen de eerste symptomen van de ziekte op.

De ziekte verspreidt zich door:

  • Vechten; wat kleine wondjes veroorzaakt
  • Contact met besmette duiven

Symptomen

  • Wratachtige bulten op de snavel, oogleden en poten

Belangrijk!

Besmette of verdachte duiven mogen NIET direct de opvang in. Altijd eerst overleg met de medewerkers van de opvang!


Schurft (Scabies)

Schurft komt meestal voor bij verzwakte en/of verwaarloosde dieren zoals bij zwerfdieren maar ook andere dieren kunnen besmet worden. Bij schurft is er vaak sprake van jeuk en krabt en bijt het konijn zichzelf. De plekken worden met name gelokaliseerd bij de oren en op andere delen van de kop. Er kunnen ook op de rest van het lichaam kalende plekken ontstaan.

Symptomen

  • Jeuk
  • Kale plekken
  • Zichzelf bijten
  • Wondjes op de huid

Belangrijk!

Besmette of verdachte dieren mogen NIET direct de opvang in. Altijd eerst overleg met de medewerkers van de opvang!

Checklist auto

Auto’s & inhoud

Het Centrum voor Dierenhulpverlening (CvD) heeft 3 auto’s. De “DAGO 1” is in gebruik voor het vervoeren van materiaal en dode dieren. Dat wil zeggen, kadavers, boodschappen enz. Er mogen geen levende dieren in vervoerd worden, met uitzondering van schildpadden die naar Alphen a/d Rijn gebracht moeten worden. De “DAGO 2” en de “DAGO 3” worden gebruikt voor de ambulancediensten. Na elke dienst worden ze omgewisseld.

Begin van de dienst

Aan het begin van de dienst ga je eerst je auto controleren. Gebruikelijk is dat de chauffeur dat voorin doet en de bijrijder achterin. We kijken of alle lichten op de auto werken, of de TOMTOM aanwezig is en werkt, of de nodige mappen voorin liggen (info map, plattegrond, auto papieren) en of alles netjes en schoon is in de cabine. Achterin kijken we of alle hokken aanwezig en schoon zijn, dat alle netten etc. aanwezig zijn, of de EHBO koffer compleet is, of er voldoende zuurstof is en of de fles goed dichtgedraaid is en of de auto schoon is. Is de auto niet compleet of niet schoon achtergelaten door een vorige ploeg, hoort dit vermeld te worden op het voertuigformulier.

Tijdens de dienst

Hier volgt nog wat uitleg over wat er oa. in de auto ligt en waar het voor gebruikt wordt:

  • Netten (inclusief telescoopstokken)
  • Zwanenhals
  • Vangstok
  • EHBO koffer
  • Zuurstofkoffer
  • Brancard
  • Rugletsel plank
  • Vervoerboxen:
    • Draadkooien (katten)
    • Dichte boxen (vogels, egels)
    • Kleine boxen (jonge vogels, vleermuizen, slangen, etc.)
  • Kennel (honden, zwanen, reigers, aalscholvers en grote andere dieren en vogels)
  • Chiplezer
  • Bijl
  • Betonschaar
  • Kadaverton
  • Riemen
  • Handschoenen (dikke en latex)

Uitleg gebruik zwaailichten.
Uitleg hoe je een muskusrattenklem openmaakt als er een beest in vast zit.

Aandachtspunten voor de veiligheid en tips voor tijdens je dienst

Het is verplicht om een CvD jas te dragen als je uit de auto stapt. Dit is zowel voor je eigen veiligheid (zodat de mensen jou kunnen zien) als voor herkenning. Tevens ben je dit verplicht i.v.m. de verzekering. Het is ook verplicht om een veiligheidsgordel te dragen in de auto.

Zet op drukke wegen de auto niet helemaal aan de kant, maar zo dat je maximale bescherming biedt aan de persoon die uitstapt om het dier te helpen.

Indien nodig, kun je zelfs de auto gebruiken om de gehele weg te blokkeren. Rijd met de auto nooit in de berm. Ook niet parkeren met 2 wielen in de berm. Als dit betekent dat andere auto’s er niet langs kunnen is dat jammer. Wij kunnen niet het risico nemen dat we vast komen te staan. Andere auto’s moeten wachten totdat wij klaar zijn met inladen. Wel zo snel mogelijk werken.

Achteruit rijden: laat je bijrijder uitstappen om mee te kijken!

Als je op de snelweg moet stoppen vraag je eerst (via de centralist) assistentie van de politie. Doe dit nooit zonder medewerking van de politie, zeker niet als het gaat om een dier dat zich niet aan de kant, maar echt op de snelweg bevindt. De politie verleent in de meeste gevallen assistentie of kan zelfs een rijbaan blokkeren zodat je op veilige manier je werk kunt doen. Dit geld ook voor dieren die op of vlakbij een spoorbaan gehaald moet worden.

Blijf altijd rustig, ook bij spoedgevallen. Maak je niet druk als iemand je in de weg rijdt. Als je er een paar minuten langer over doet om bij het dier te komen zal het weinig uitmaken. Het dier heeft er niets aan als je gestrest aankomt of wanneer je zelf een ongeluk krijgt onderweg. Let op je gedrag als je in de auto bent. Je bent het visitekaartje van het Centrum voor Dierenhulpverlening. Niet schelden tegen het publiek of andere weggebruikers.

Vergeet niet dat jullie samen moeten werken. Bespreek altijd van te voren wat jullie gaan doen. Laat je collega niet in de steek. Bij twijfel over hoe je moet handelen , neem je contact op met een mentor of Bam. Als je denkt dat een dier mogelijk mishandeld of verwaarloosd is neem ook contact op met Bam.

Als eigenaren mee willen in de auto moeten ze voorin zitten. Wij zijn wel verzekerd als we achterin zitten maar andere mensen niet.

Wij zijn EHBO-ers en geen dierenartsen. Wettelijk mogen wij geen dieren dood verklaren. Dit is een taak voor een dierenarts. Wij mogen wel zeggen dat we geen hartslag meer kunnen horen. Leg dit uit aan de klant.

Einde van de dienst

Aan het eind van de dienst wordt de auto aan de lader gezet. Hierna moeten de ambulance en de gebruikte hokken grondig schoongemaakt worden. Schoonmaken doen wij niet voor de lol. Wij zijn een professionele, medische organisatie en hygiëne is essentiel voor ons beroep. Ook als de auto nog schoon lijkt te zijn aan het einde van de dienst, kunnen er nog volop ziektekiemen aanwezig zijn. Kijk, voordat je naar huis gaat, even om je heen om te controleren dat je niets vergeten bent. Laat alles achter zoals je het zelf graag vindt; NETJES!